Vlaanderen wordt te warm voor inheemse plantensoorten

Klimaatverandering is geen ‘ver-van-mijn-bed-show’. Ook voor onze inheemse natuur wordt het te warm onder de voeten. Volgens een studie aan de Afdeling Bos, Natuur en Landschap van de KU Leuven, blijkt dat het leefgebied voor 216 soorten binnen Vlaanderen zal verkleinen en dat voor 3% van de onderzochte soorten het leefgebied zelfs volledig dreigt te verdwijnen.

 

Eén van de vaststellingen in verband met klimaatverandering is het feit dat de algemene gemiddelde temperatuur toeneemt. Dit houdt dus in dat klimaatzones als het ware verschuiven naar de polen. Concreet betekent dit voor Vlaanderen dat we hier in de toekomst eerder met een mediterraan klimaat zitten en niet meer met het gematigde klimaat van vandaag. Onlosmakelijk is hieraan verbonden dat soorten die nu in Vlaanderen voorkomen, in de toekomst hun optimale klimaatcondities zullen terugvinden in meer noordelijke gebieden en dus ook in deze richting zullen moeten migreren. Niet altijd even gemakkelijk in een versnipperd landschap zoals Vlaanderen.

De druk van klimaatverandering zal het grootst zijn op soorten die het nu al moeilijk hebben (zeldzame, bedreigde en ernstig bedreigde soorten). Groene nachtorchis bijvoorbeeld, die momenteel reeds “Ernstig bedreigd” is, zal wellicht zijn volledige leefgebied in Vlaanderen verliezen tegen 2100. Voor die voorspelling worden soortenverspreidingsmodellen gebruikt die vooral gemiddelde gegevens gebruiken en minder rekening houden met extreme weersomstandigheden. Voor enkele sterk bedreigde soorten zoals de dennenwolfsklauw is het voorspelde uitsterven inmiddels realiteit. Die wolfsklauw is ten onder gegaan door die weersextremen (de erg hete en droge zomer van 2018), niet door een verandering in gemiddelde temperatuur.

Implicaties voor het natuurbeheer
Klassiek focust het natuurbeheer zich hoofdzakelijk op huidige bedreigingen, zoals het verdwijnen van leefgebied of de aantasting van resterende kwaliteitsvolle natuursnippers door onder andere stikstofdepositie. Deze studie toont nog eens extra aan dat ook klimaatverandering in rekening gebracht moet worden. Dit kan in de praktijk door in te zetten op grote, robuuste, aaneengesloten gebieden waarbinnen een gevarieerd beheer gevoerd wordt om de heterogeniteit binnen die gebieden te maximaliseren. Waar mogelijk kan het huidig, soms strak georkestreerd natuurbeheer plaats ruimen voor een nulbeheer (in bossen), een gevarieerd maaibeheer (in graslanden) of het inzetten op variatie in verticale vegetatiestructuur. Tot slot kan rewilding ook een grote rol spelen in het klimaatrobuuster maken van de natuur. Het herstellen van natuurlijke dynamieken in grote gebieden (bv. grootschalig herstel van rivierdynamiek in valleilandschappen, inzetten van grote wilde grazers) staat immers garant voor een grote variatie in habitats en microklimaat.

In het laatste nummer van Natuur.focus verscheen het artikel ‘De effecten van klimaatverandering op plantensoorten’ (Haesen & Van Meerbeek 2019).

%d bloggers liken dit: