Studiedag / De Japanse erfenis van von Siebold in Nederland

Op 18 maart 2020 organiseert de Clusiusstichting een symposium over ‘The Japanese Footprint of Siebold in the Netherlands’. Philipp Franz von Siebold (1796 –1866) was een Duits arts en plantkundige die in het begin van de 19de eeuw in Japan verbleef, vanwaar hij vele nieuwe planten in Europa introduceerde.

 

Von Siebold verbleef van 1823 tot 1828 als geneesheer-majoor in het Nederlands Oost-Indische leger in Japan. De Nederlanders waren de enigen met wie Japan op dat ogenblik handeldreef. Ze mochten het Japanse vasteland niet betreden en verbleven op het kunstmatige eiland Deshima voor de kust van Nagasaki. Na het genezen van een invloedrijke lokale ambtenaar kreeg von Siebold toestemming om een kleine kliniek buiten de handelspost te openen en huisbezoeken af te leggen bij Japanse zieken. Het huis van Siebold groeide al gauw uit tot een centrum van ontmoetingen, lezingen en discussies, waarbij de gastheer werd erkend en gewaardeerd als een expert op het gebied van de Westerse wetenschap. Siebold richtte zich op het verzamelen van planten, dieren en zaden en allerlei gebruiksvoorwerpen en nam kunstenaars in dienst om dieren, voorwerpen en gebruiken op papier vast te leggen.

Gent

Toen Von Siebold in 1830 terugkwam in Europa telde zijn unieke verzameling niet minder dan 2.000 plantensoorten en maar liefst 12.000 herbariumexemplaren, gedroogde planten dus. Zijn unieke collectie telde ook 200 opgezette of geprepareerde zoogdieren, 900 vogels, 750 vissen, 170 reptielen en 5.000 ongewervelde dieren, naast duizenden kunst- en gebruiksvoorwerpen uit het dagelijkse leven van de Japanners. Een aantal van die planten werd overigens naar hem genoemd. De bekendste daarvan is waarschijnlijk Hosta Sieboldiana. Andere introducties van Von Siebold, naast tientallen hosta’s en hydrangea’s, zijn ondermeer Corylopsis spicata, Clematis florida, Magnolia sieboldii, Fatsia japonica, Acer japonicum, Prunus japonica, Deutzia gracilis, Spiraea prunifolia en, niet te vergeten, de toverhazelaar, Hamamelis japonica.

Zijn etnografische collectie bevond zich op het ogenblik van de Belgische onafhankelijksstrijd in vijftig grote kisten op de kaden in de Antwerpse haven. Twee kisten met gedroogde planten en zaden had hij naar het nieuwe rijksherbarium in Brussel laten zenden. En zijn collectie van levende planten (260 planten, bollen en knollen) had hij persoonlijk naar de botanische tuin van de universiteit van Gent gebracht. Gent was in die tijd al een belangrijk centrum voor de sierteelt en Von Siebold dacht dat zijn zeldzame gewassen daar in goede handen zouden zijn. Dat was ook zo, maar niet op de manier die Von Siebold zich had voorgesteld. Toen België zich afscheidde van Nederland, werd zijn hele verzameling in beslag genomen. Hij slaagde er nog in om zijn etnografische verzameling en zijn herbariumplanten te recupereren, maar zijn levende planten kon hij niet meer meenemen uit de Hortus van Gent. De mooiste en zeldzaamste planten doken in de daaropvolgende jaren op als paradepaardjes in de catalogi van de Gentse kwekers en op de bloemententoonstellingen die jaarlijks in Gent werden georganiseerd en die de directe voorlopers waren van de huidige Floraliën. De nieuwe exotische planten droegen in niet geringe mate bij tot de tuinbouwkundige faam van Gent dat al gauw bekend stond als ‘la capitale de la flore’. De belangrijke collectie toverhazelaars die in de tweede helft van de 20ste eeuw in het Arboretum van Kalmthout werd opgebouwd door Robert en Jelena De Belder, vindt zijn oorsprong naar alle waarschijnlijkheid in planten die door Von Siebold destijds werden meegebracht en die hij noodgedwongen in Gent moest achterlaten. Volgens Von Siebold zelf hadden de Gentse kwekers op een paar jaar tijd meer dan een miljoen frank verdiend met zijn Japanse planten.

In 1841 besloot de universiteit van Gent om Von Siebold voor zijn botanische werk te eren en schonk hem jonge planten van iedere soort die hij in 1830 in de botanische tuin had moeten achterlaten. Een aantal befaamde plantenkwekers zoals Constantin Gheldof, Louis van Houtte en de hortulanus Donkelaar van de Plantentuin schonken hem ook een Japanse planten uit hun verzamelingen. De hortulanus werd door Von Siebold geëerd door een cultivar van de Camellia japonica ‘Donkelaari’.

Leiden

Wellicht geïnspireerd door de winsten van de kwekers uit Gent, begon Von Siebold in de buurt van Leiden ook met een eigen kwekerij voor Japanse gewassen. Daartoe richtte hij de Maatschappij tot aanmoediging van de Tuinbouw op, die aan de basis zou liggen van de nog steeds bestaande Koninklijke Maatschappij voor Tuin- en Plantkunde. Via zijn contacten in Japan kon Von Siebold tientallen nieuwe Aziatische planten invoeren die ook vandaag nog onze tuinen sieren. Diverse soorten Japanse esdoorns, lelies, coniferen, hosta, Hydrangea, Weigelia, blauwe regen, Viburnum, Magnolia, Clematis, Pawlownia imperialis, enz. raakten via de kwekerij van Von Siebold in Europa bekend. Een aantal van de oorspronkelijk door Von Siebold geïmporteerde planten groeien vandaag nog in de botanische tuin van Leiden.

Ook tijdens zijn tweede verblijf in Japan, tussen 1859 en 1861, verzamelde hij opnieuw tientallen onbekende planten. De collectie in zijn tuin in het Japanse Narutaki werd al snel een bezienswaardigheid. Het verhaal gaat dat de Britse plantenjager Robert Fortune op een dag de tuin van Von Siebold bezocht in zijn afwezigheid, en brutaal tientallen bloemen en takken van allerlei planten plukte. Bij zijn thuiskomst was Von Siebold woedend. Niet alleen omdat hij Fortune’s gedrag beschouwde als onbeschoft, maar ook dat het getuigde van een gebrek aan vertrouwen en van oneerlijke wetenschappelijke concurrentie

In de Hortus Botanicus van Leiden werd enkele jaren geleden een speciale Von Siebold gedenktuin aangelegd. In deze tuin staan nog 16 oorspronkelijke planten die destijds door Von Siebold werden ingevoerd, waaronder een gigantische keaki (Zelkova serrata). Die tuin werd ontworpen door prof. Nakamura van de universiteit van Kyoto en eert von Siebold als een symbool van de unieke relatie tussen Nederland en Japan. Het hart van de tuin is de karesansui of het droge landschap bestaande uit rotscomposities en grind, voorstellende een waterval die uitmondt in een watervlakte van eilanden. Vanaf een opening in de Japanse muur kan men een deel van de tuin overzien. Via de echte ingang voeren smalle wandelpaden de bezoeker door de verzameling Japanse planten van von Siebold. Alle paden eindigen in een serie stapstenen door het ‘water’ die leiden naar een paviljoen. Van hieruit kan men het complete droge landschap overschouwen en eer betuigen aan von Siebold.

 

Clusius Symposium The Japanese Footprint of Siebold in the Netherlands

18 maart 2020

Klein Auditorium, Leiden University Academy Building

Rapenburg 73, Leiden

Meer info: www.clusiusstichting.nl

%d bloggers liken dit: