Hou op met het maken van dode landschappen. Mens en natuur hebben dynamische landschappen nodig, waarin alle aspecten van de sublieme landschapservaring aan bod komen. Dat is de uitdagende boodschap van landschapsarchitect Paul A. Roncken. In het proefschrift Shades of Sublime onderzoekt Roncken de zogeheten sublieme landschapservaring en vertaalt zijn conclusies in hoe je zo’n landschap ontwerpt.

Historisch gezien is het idee van het sublieme vaak geassocieerd met grootse en verbazingwekkende natuur. Dit promotieonderzoek baant zich een weg naar een 21e-eeuws idee van het sublieme, waarbij meer dissonante fenomenen een plek krijgen zoals verstoring van ecosystemen en klimaatverandering. Het onderwerp van het sublieme staat nog steeds symbool voor een zekere onmacht wanneer men wordt geconfronteerd met ‘negatieve’ esthetische ervaringen. Landschapsontwerpen zouden in dit ongemak kunnen bemiddelen door een passend subliem repertoire. Maar dan zal ook beter verklaard moeten worden wat de sublieme ervaring precies is en inhoudt.

De sublieme ervaring van een landschap verwijst van oudsher naar het verhevene van een landschap. Dat wat een landschap ‘sub limen’, onder de grens van het bewuste, met je doet. ‘Het is eigenlijk een soort mindfulness’, legt Roncken het uit. ‘Je bent in de natuur en haalt daar iets voor jezelf uit. Vrijwel altijd gaat dat goed. Je leest een landschap en weet hoe je dat moet gebruiken.’

Routine
‘Je staat bijvoorbeeld voor een rood stoplicht en weet dat je moet wachten. De plek communiceert dat en jij begrijpt het. Totdat het mis gaat. En dát is de sublieme ervaring’, vervolgt Roncken. ‘De routine, het gewone patroon, wordt doorbroken en je kunt niet met de omgeving omgaan. Dat is tenminste mijn insteek van het sublieme, die relevant is voor de huidige uitdagingen zoals het ontwerp van megasteden, energielandschappen en natuurinclusieve landbouw.’

Die sublieme ervaring legt Roncken vervolgens op de snijtafel. Zijn ontleding van de sublieme ervaring levert zes onderscheidende archetypen van die ervaring op. Hij noemt die landschappen leesbaar, beangstigend, verwaarloosbaar, poortachtig, sereen en uitgedoofd. Een verwaarloosbaar landschap bijvoorbeeld, is volgens Roncken een landschap waar we niks mee kunnen. ‘Het zijn de non-places, zoals de achterkanten van een bezinestation. Zo’n landschap is in feite het tegenovergestelde van een leesbaar landschap. Maar die plekken zijn wel nuttig voor een samenleving of als biotopische niche.’

Soep van oma
‘Poortlandschappen zijn mijn favoriet. Het zijn landschappen die dwarsverbanden leggen tussen verschillende ervaringen.Je ruikt op een plek iets en dat doet je denken aan de soep van oma. Daardoor beleef je die plek anders. Dit is waarschijnlijk de meest creatieve vorm van de sublieme ervaring.‘ Die zes typen maakt Roncken op een website naast het proefschrift (zeg maar: de lekenversie) treffend zichtbaar aan de hand van illustraties uit kinderboeken.

Het proefschrift van Roncken is een monografie -een wetenschappelijke verhandeling- over het sublieme. En dus niet de gebruikelijke bundeling van een aantal wetenschappelijke artikelen. Dat is op zich al zeldzaam in Wageningen. Maar echt afwijkend zijn de fictieve brieven en toneelstukken die het boek rijk is. In die onderdelen gaan de hoofdrolspelers uit de geschiedenis van het denken over het sublieme fictief met elkaar in dialoog.

Maar wat betekent die zes smaken of schaduwen van de sublieme ervaring nou voor de praktijk van de ontwerper? Landschappen moeten volgens Roncken zo worden ontworpen dat alle zes typen ervaringen van het sublieme aan bod komen. Daarmee zet hij zich af tegen de huidige manier van ontwerpen, waarbij de voorkeur van de mens in feite beperkend is voor de inrichting van het landschap. ‘Je moet dus landschappen zo ontwerpen dat je fluctuatie inbouwt. Als je een natuurlijk systeem laat evolueren, komen vanzelf die zes archetypen tevoorschijn. Laat de natuur het werk doen.’

Groter publiek
Roncken noemt dat ‘Serious Landscaping’. Word realistisch. Hou op met het maken van dode parken en pleinen. Hou op met het ontwerpen naar een eindbeeld en maak landschappen die de natuur nodig heeft. Ik noem dat ontwerpen voor een groter publiek. Ontwerp niet alleen voor de mens, maar ook voor de dieren, de planten en de micro-organismen. Dat levert misschien niet altijd het mooiste landschap op voor de mens, maar wel betekenisvolle landschappen met betere ecosystemen en meer biodiversiteit.’

Hier kunt u de verdediging van het proefschrift bekijken.

Bron: Resource.wur.nl