Nieuwe kijk op exoten

In het tijdschrift ‘Kijk op Exoten’ (mei 2016) van de Nederlandse natuurorganisatie Floron pleiten Leonie Tijsma en Ruud Beringen voor een meer genuanceerde kijk op (invasieve) exoten. Van alle exoten geeft slechts een klein deel overlast of leidt tot verlies aan biodiversiteit. Deze kleine groep invasieve exoten versterkt de indruk dat alle exoten lastig zijn. Enkele exoten zijn zo algemeen geworden, dat ze niet meer uit te roeien zijn. We zullen er dus mee moeten leven. Een reden om te bezien of er ook positieve eigenschappen bij exoten te ontdekken zijn.

 

Met exoten worden uitheemse soorten aangeduid die ons land niet op eigen kracht kunnen bereiken, maar door menselijk handelen (transport, infrastructuur) hier in de natuur terecht zijn gekomen of dat in de nabije toekomst dreigen te doen. Soorten die ons land op eigen kracht bereiken vanuit hun natuurlijke verspreidingsgebied, bijvoorbeeld door klimaatverandering, zijn geen exoten.

 

‘Bospest’

De Amerikaanse vogelkers is één van de eerste soorten die vanuit Noord-Amerika in Europa is ingevoerd. De soort is in Nederland nooit een probleem geweest, totdat ze in de eerste helft van de 20e eeuw veel werd aangeplant als begeleidende boomsoort bij de aanleg van dennenopstanden. In deze jonge bosaanplanten op de zandgronden ontpopte de Amerikaanse vogelkers zich tot een lastig onkruid. In de jaren ’50 kwamen bosbeheerders tot de conclusie dat de Amerikaanse vogelkers, inmiddels bospest genoemd, bestreden moest worden.

 

prunus serotina-amerikaanse vogelkers-02

 

Sindsdien is er veel onderzoek gedaan naar de ecologie van de Amerikaanse vogelkers en is gebleken dat de soort alleen invasief is in pioniersstadia van bos op zandgrond. In oudere bossen met een natuurlijke samenstelling weet de soort nauwelijks binnen te dringen. In het oorsprongsgebied in Noord-Amerika levert de boom waardevol hout. In Duitsland wordt de soort tegenwoordig ook aangeplant voor de houtproductie.

Met deze kennis en ervaring heroverwegen steeds meer bosbeheerders de noodzaak van de bestrijding in bossen. Voor de instandhouding van open heide en duinlandschappen blijft de Amerikaanse vogelkers echter nog wel een probleem.

 

Waterplanten

Is het massaal voorkomen van Amerikaanse vogelkers in bossen veelal het gevolg van menselijk handelen, ook bij de overlast van sommige exotische waterplanten gaat de mens waarschijnlijk niet geheel vrijuit. Voedselrijke wateren kunnen door soorten als grote waterteunisbloem en grote waternavel met hun drijvende matten volledig worden overgroeid. Je kunt je afvragen of deze exoten in dezelfde mate overlast hadden gegeven als onze wateren niet zo vervuild waren geweest. In wateren met een geringe nutriëntenbelasting geven deze soorten minder of geen overlast.

Het vermogen van sommige exotische waterplanten om nutriënten uit het water op te nemen kan zelfs positief werken. Het verschijnen van waterwaaier (Cabomba caroliniana) heeft plaatselijk geleid tot een aanzienlijke verbetering van het doorzicht, waarvan vissen en macrofauna profiteren.

 

Nectar

Reuzenbalsemien verspreidt zich op steeds meer plaatsen op invasieve wijze. Met name langs oevers kunnen deze rozebloemige planten domineren. Mede dankzij de reuzenbalsemien is de Biesbosch interessant voor bijenhouders. De Biesbosche balsemienhoning wordt verkocht als streekproduct en valt bij velen goed in de smaak.

Als er in een gebied weinig andere inheemse nectar- en pollenleveranciers zijn, waarvan de bloeitijd samenvalt met die van reuzenbalsemien, kan het verschijnen van deze soort een positief effect hebben op de populaties van wilde bijensoorten en hun predatoren. De toename van de hoornaar in de Biesbosch wordt wel toegeschreven aan de toename van reuzenbalsemien.

Een andere exoot, Robinia pseudoacacia, produceert ook een gewilde honing. Voor een land als Hongarije is acaciahoning zelfs een belangrijk exportproduct.

 

05-robinia1 H1

 

Ecosysteemdiensten

Net als inheemse soorten blijken ook exoten regulerende- en productie-ecosysteemdiensten te kunnen verschaffen in de vorm van houtproductie, waterzuivering en voedsel.

In Nederland zijn exoten als Douglasspar en populier na grove den de belangrijke houtsoorten. Wat betreft het voedselaspect spelen exoten de laatste tijd een steeds belangrijker rol. Onder motto’s als “If you can’t beat them, eat them” of “Naturschutz mit Messer & Gabel“ wordt in verschillende landen de bestrijding van exoten als Japanse duizendknoop, koraalduivel, koningskrab, beverrat, graskarper en vele andere gecombineerd met culinaire genoegens.

 

Gewenning

Er wordt wel eens vergeten dat er ook inheemse soorten zijn die andere soorten verdringen. Denk bijvoorbeeld aan de eindeloze vlakten pijpenstrootje op vergraste heiden. Riet kan hele oeverzones domineren; massavegetaties van adelaarsvaren in bossen belemmeren de bosverjonging en het verschijnen van klimop in bossen leidt meestal tot een aanzienlijk minder soortenrijke kruidlaag.

 

pteridium aquilinum-adelaarsvaren-01

 

Omdat dit inheemse soorten zijn, waaraan iedereen gewend is, wordt hun dominante gedrag meestal niet als problematisch ervaren.

Krabbenscheer wordt in Nederland als een karakteristieke soort van verlandende wateren gezien, maar in Noorwegen, waar deze soort recent verschenen is en men blijkbaar nog niet aan deze soort ‘gewend’ is, staat deze soort met de aantekening ‘hoog risico’ op de Zwarte Lijst, vanwege zijn vermogen andere soorten te verdringen.

 

Verstekelingen

Een belangrijke reden om voorzichtig te zijn met het over de hele wereld transporteren van planten en dieren is de introductie van pathogenen die met de exoot mee kunnen komen. De import van zulke verstekelingen heeft vaak catastrofalere gevolgen gehad dan de exoot zelf.

De geschiedenis kent talrijke voorbeelden. Met de komst van de zwarte rat in de vroege Middeleeuwen verscheen ook de pest in Europa. De iepziekte is vanuit Oost-Azië met besmet iepenhout of plantgoed geïmporteerd en heeft eerst in Europa en later in Noord-Amerika die iepenstand gedecimeerd. Al eerder waren de inheemse Noord-Amerikaanse kastanjes op grote schaal afgestorven door aantasting met een met Japans plantgoed meegekomen schimmel.

 

Toekomst

Tenslotte bestaat er de mogelijkheid dat exoten hun invasieve eigenschappen na verloop van tijd verliezen en zich inpassen in de levensgemeenschappen van hun niet-oorspronkelijke areaal. Zoiets lijkt er aan de hand te zijn met brede waterpest. Na een explosieve uitbreiding bereikte deze soort rond 1900 zijn grootste uitbreiding. De soort kwam toen zo massaal voor, dat zelfs de binnenscheepvaart er door gehinderd werd. Waarschijnlijk onder invloed van de toegenomen waterverontreiniging is de soort daarna, zowel in Nederland als in andere Europese landen, geleidelijk steeds minder algemeen geworden. Deze achteruitgang gaat nog steeds door en momenteel staat brede waterpest zelfs op de Rode lijst en wordt beschouwd als een indicator van een goede waterkwaliteit

De problematiek met invasieve exoten is helaas niet zo zwartwit, zo besluiten de auteurs.

Kijk op exoten

 

fotos: KULeuven-Kulak