“Met ons tuintje laten we mensen nadenken over voedsel, afval en consumeren”

Vorige lente opende het Gentse kunstencentrum Vooruit zijn sfeervolle terras. Meteen werd het een populair toevluchtsoord waar het zeker op zonnige dagen moeilijk is om een vrije plek te bemachtigen. Blikvanger van het terras is vreemd genoeg de noodtrap. Hier speelt zich een wel heel bijzonder stadslandbouwproject af, waar de zonderlinge buitenbeentjes onder de planten centraal staan. Maak kennis met de ‘Green Bastards’…

Willem Van Gucht is een gepassioneerde, sociaal geëngageerde tuinier die in Gent eerder al een succesvol project organiseerde waarbij drugsverslaafden een braakliggend stuk grond opwaardeerden. Sophie De Somere werkt als coördinator bij ‘Onbetaalbaar’, een werkplaats annex denktank voor creatievelingen van allerlei slag. “Onze missie is om mensen te laten nadenken over wat we wegwerpen. Elk object heeft een geschiedenis, een verhaal. Op basis van die filosofie willen we brainstormen over hoe we dingen kunnen verbeteren op een menselijke manier.”

Willem en Sophie sloegen de handen in elkaar toen de Vooruit vorige lente zijn terras opende. “De gietijzeren noodtrap, tegen de zijgevel van het hoofdgebouw, was een storend element”, vertelt Willem. “Om dit te verbergen ontwierp Geert Pauwels, de architect van het terras, een constructie van drie etages. Voor twee van de drie verdiepingen werd wintergroene beplanting voorzien, maar de onderste etage is bedoeld voor tijdelijke projecten.” ‘Green Bastards Garden’ is het eerste: dit is een moestuin met een boodschap.

Enorme diversiteit
De naam ‘green bastards’ slaat op de planten die er te vinden zijn. “In onze maatschappij worden er immers weinig plantensoorten gebruikt”, legt Willem uit. “Er was een tijd, slechts een jaar of vijftig geleden, waarin elke boer zijn eigen soorten gewassen teelde. Dat was logisch: elke grondsoort is anders en ook het klimaat speelt een rol. Vandaag is het niet meer zo: overal ter wereld worden genetisch identieke rassen verspreid, onder invloed van multinationals. Dat is niet zonder gevaar. Genetisch identiek betekent ook identieke kwetsbaarheden, waardoor bijvoorbeeld een bepaalde ziekte grote gevolgen kan hebben. Vroeger werd er door de verscheidenheid aan soorten en rassen aan risicospreiding gedaan. In ons huidig systeem doen we dat niet meer en zijn we enorm kwetsbaar. Wij willen wijzen op de diversiteit aan voedselgewassen, door de buitenbeentjes onder de aandacht te brengen.” De naam ‘Green bastards’ verwijst naar het feit dat deze plantjes buiten de lijntjes van het economisch landbouwmodel kleuren.

De beschikbare oppervlakte van de tuin is slechts twee meter op acht en toch is de Green Bastards Garden meer dan een kleine tuin. Het concept visualiseert verschillende problematieken. We vinden hier niet minder dan 27 verschillende ‘buitenbeentjes’ terug. Een voorbeeld is Oca, ook bekend als klaverzuringknol. Willem: “Dit is een knol, afkomstig uit Midden-Amerika. Rauw smaakt hij zuur, maar wanneer deze plant gekookt wordt, is hij bruikbaar als alternatief voor de aardappel. Andere bekende voorbeelden zijn daslook en ‘look zonder look’.”

Erfgoed in stand houden
Dat het voortbestaan van sommige soorten soms aan een zijden draadje hangt, bewijst de Wieringer droogboon. Willem Van Gucht: “De oorspronkelijke plant komt uit Midden-Amerika en werd ten tijde van de kolonisatie naar Nederland gebracht. Omdat het schip in kwestie te zwaar was om over de plaatselijke rivieren te varen, werd een deel van de vracht gedropt op het eiland Wieringen, in Noord-Holland. Begin jaren 90 was dit bonenras overal verdwenen, tot bleek dat een naar Amerika uitgeweken familie ze daar nog verder teelde. Dat erfgoed willen we mee in stand houden.”

Sophie De Somere en ‘Onbetaalbaar’ verzorgden de vormgeving van het project. Hiervoor gebruikten ze vooral weggesmeten spullen. Autobanden, versleten laarzen en petflessen doen immers dienst als plantenbak. De infusen trekken de aandacht en symboliseren het feit dat de planten hulp nodig hebben. Daarnaast bedacht ‘Onbetaalbaar’ een concept achter de Green Bastards Garden. “Ten eerste gaven we elk plantje een paspoort”, vertelt Sophie. “Daarop kunnen mensen lezen over de geschiedenis en de eigenschappen van de soort. We stelden ook een manifest op waarin we zeven stappen opsommen die mensen kunnen zetten om bewust met voedsel om te gaan.”

Niet alleen de elite
Green Bastards Garden is meer dan een tuintje. Sophie en Willem willen op verschillende manieren de bezoekers betrekken bij hun project. Dat gebeurt onder meer via sociale media, maar de drukbezochte Vooruit vormt ook een uitstekend platform. Op zonnige dagen is het over de koppen lopen op het terras, wat de Green Bastards Garden goed zichtbaar maakt. “We organiseerden rondleidingen, workshops en een heuse zadenruilbeurs”, aldus Sophie. “Daar konden mensen zaadjes verkrijgen om de ‘bastards’ zelf te gaan telen. Zij worden de ‘peters en meters’ van die planten, en geven de zaadjes door. De samenwerking met Vooruit verliep overigens prima. Voor hen is dit een manier om duidelijk te maken dat een kunstencentrum er niet alleen voor de ‘culturele elite’ is, maar dicht bij de mensen kan staan.”

Verbanden leggen
In 2014 gaan de ‘Green Bastards’ verder. “Een veel gehoorde kritiek”, vertelt Willem, “was dat mensen de plantjes niet konden proeven. Dat kon ook niet: de tuin is veel te klein om meer dan een handvol maaltijden te telen. Nu willen we de planten op een andere locatie op grotere schaal gaan kweken, zodat we dit jaar eetmomenten kunnen organiseren. Wie weet komt er zelfs een receptenboek…”

Volgend jaar wil de Vooruit een andere artiest de kans geven om aan de slag te gaan op het terras. Voor Willem en Sophie gaat het verhaal verder. “We willen het Green Bastards-project een vervolg geven in de stad”, vertelt Sophie. “Zo willen we onze visie verder verspreiden. De contacten die we nu hebben gelegd, komen in dat opzicht van pas.”

“Er zit veel in zo’n klein tuintje”, besluit Willem. “We laten mensen nadenken over voedsel, afval en consumeren. Maar in feite doen we niets nieuws. Alle zaadjes waar we mee begonnen, kwamen van andere mensen en organisaties. Wij leggen het verband en vertellen wat deze plantjes speciaal maakt.”