Mechelen / Zwarte populier beschermd als monument

Het agentschap Onroerend Erfgoed heeft een zwarte populier in de Dijlevallei in Muizen (Mechelen) beschermd. De inheemse boom staat in de Dijlevallei in Muizen en bezit uniek genetisch materiaal. Momenteel zijn er in Vlaanderen zo’n tien exemplaren als ‘houtig erfgoed’ erkend.

De geknotte zwarte populier (Populus nigra) staat in de Dijlevallei, die hier wordt gekenmerkt door een kleinschalig landschap met extensieve graslanden, houtkanten en (knot)bomenrijen.

Ten gevolge van de grote middeleeuwse bosontginningen in de 12de en 13de eeuw verdween het bosareaal grotendeels. Uit de kabinetskaart van graaf de Ferraris (1770-1778) blijkt dat er op het einde van de 18de eeuw geen enkel (natuurlijk) bos meer voorkwam langs de benedenloop van de Dijle. Ook was er op dat ogenblik al sterk ingegrepen in het natuurlijk overstromingsregime van de rivier.

Knotbomen

De zwarte populier bleef wel bewaard in het agrarische cultuurlandschap van de riviervallei als knotboom langs de perceelsgrenzen. Het gebruik van zwarte populieren als knotbomen kent een lange traditie. De makkelijke vegetatieve voortplanting en de snelle groeicapaciteit maakten de soort immers uitermate geschikt voor de productie van klein agrarisch gebruikshout. Het knothout werd vooral gebruikt als brand- en rijs- en timmerhout voor kleine agrarische gebruiksvoorwerpen zoals klompen of fruitkistjes.

Een geknotte zwarte populier kan honderden jaren oud worden, beduidend meer dan de gemiddelde leeftijd van zijn opgaande soortgenoot. Door het toepassen van deze traditionele beheersvorm hebben boeren dus generaties lang onbewust bijgedragen aan het behoud van de inheemse zwarte populier.

Zeldzaam

Raszuivere Europese zwarte populier zijn ondertussen de meest zeldzame boomsoort in Vlaanderen geworden. De nog aanwezige zuivere exemplaren vertonen weinig genetische diversiteit. De aanplant van zwarte populier op erven of langs perceelsgrenzen gebeurde immers vaak door middel van ‘poten’, het planten van afgezaagde takken van een moederboom. Hierdoor zijn vele zwarte populieren genetisch identiek.

Tegenwoordig zijn er nog ongeveer 400 exemplaren van de inheemse zwarte populier gekend in België. Het zijn vaak verspreide, geïsoleerde en oude (knot)bomen. Veruit de meeste exemplaren zijn te vinden in de Ijzervallei en de Dendervallei (vooral in Wallonië), vooral in de buurt van boerderijen. Daarnaast komen er nog enkele exemplaren voor in de Scheldevallei, Maasvallei, Demervallei en Dijlevallei. Er zijn aanwijzingen dat er, ten gevolge van natuurlijke selectie, grote genetische verschillen bestaan tussen zwarte populieren van verschillende riviersystemen.

De zwarte populier in Muizen is een van de twee gekende zwarte populieren in de Dijlevallei en zijn genetisch materiaal is bijgevolg waarschijnlijk het enige bewaarde relict van de natuurlijke populatie van zwarte populieren die ooit deze vallei bevolkte.

Oud

Hoe oud deze zwarte populier is, kan niet worden vastgesteld. Op (oude) topografische kaarten is te zien dat de zwarte populier langs een voormalige Dijlemeander staat. Deze meander was al afgesneden op het einde van de 18de eeuw, zoals te zien is op de kabinetskaart van de Ferraris (1770-1778). Mogelijk werden de perceelgrenzen, en dus ook de perceelsrandbeplantingen gewijzigd tot de huidige situatie op het ogenblik dat de coupure uitgevoerd werd, vermoedelijk in de loop van de 18de eeuw. De huidige zwarte populier is vermoedelijk een kloon van de oorspronkelijke perceelsrandbeplanting en overleefde hier wellicht omdat zowel de perceelgrenzen als het landgebruik in dit gedeelte van de Dijlevallei historisch stabiel bleven. De boom werd bovendien aangeplant als hoekboom op een hoek van 4 percelen extensief grasland en vervulde dus een belangrijke functie, in geval van burenruzies en perceelsgrensbetwistingen.

Het knotbeheer werd vermoedelijk stopgezet in de tweede helft van de 20ste eeuw, toen het knothout zijn functie verloor. Hierdoor zijn de gesteltakken zwaar uitgegroeid waardoor de stam het risico loopt op inscheuren. In 2012 werd daarom gestart met een herstelbeheer waarbij de gesteltakken gefaseerd teruggebracht worden tot op de knot.

Door zijn hoge ouderdom is de zwarte populier nu een veteraanboom, die gekenmerkt wordt door een knoestig uiterlijk, een holle stam en een rijke ecologie. Door de vele holtes en spleten ontstaan er immers microhabitats waarin een aantal (soms zeldzame) organismen zeer goed gedijen. Naarmate de leeftijd van een boom vordert, evolueert hij naar een meer gedrongen vorm met een brede basis. In 2012 bedroeg de stamomtrek al 401 cm, eveneens een indicator voor zijn hoge ouderdom.

 

186940

186943

192147

192148

240749

240750

240751

240752

Foto’s: Anse Kinnaer & Geert Vanderlinden, Agentschap Onroerend Erfgoed

Inventaris Onroerend Erfgoed