Leuven / Aard- en omgevingswetenschappers tuinieren naast kantoor in ‘Geogarden’

In de Kapeldreef in Heverlee doen de snijbiet, maïs, bonen, pompoen en Oost-Indische kers hun best om te groeien in de schaduw van de universiteitsgebouwen. Sinds maart hebben wetenschappers van het Geo-Instituut in Heverlee er een stukje braakliggend land ingepalmd en omgetoverd tot een kleine oase van rust, met bankjes tussen de eetbare bloemen en planten.

De Geogarden is een initiatief van professor Constanza Parra (foto rechts) van het Departement Aard- en omgevingswetenschappen, dat gehuisvest is in het Geo-Instituut. “Ik liep al een tijdje rond met het idee voor een tuin met eetbare bloemen op het werk. Niet alleen omdat het mooi is, maar ook omdat het aansluit bij het onderzoek van onze afdeling Geografie en Toerisme. We hebben een onderzoeksproject lopen over stadstuinen.”

Constanza Parra vond een partner in crime in professor Anton Van Rompaey. “Als het aan mijn collega had gelegen, was ze aan guerilla gardening (tuinieren zonder toelating op braakliggend land – red.) begonnen. Maar dat heb ik haar toch afgeraden, uit schrik dat de eetbare bloemen op een mooie dag gewoon weggemaaid zouden worden door de technische diensten”.

Professor Constanza Parra stampte de Geogarden mee uit de grond. © KU Leuven – Johan Van Droogenbroeck

“We wilden zelf het heft in handen nemen om van onze campus een betere leef- en werkplek te maken”, zegt professor Anton Van Rompaey. © KU Leuven – Johan Van Droogenbroeck

 

 

Tussen de blokkendozen

De tuin moest niet alleen een mooi groen plekje worden, maar ook een ontmoetingsplaats, benadrukt Van Rompaey. “Dit is een campus uit de jaren 70, met de typische blokkendozen, gebouwd vanuit het idee dat je hier enkel komt om te werken in je kantoor. Er is wel groen, maar daar wordt niet veel mee gedaan. Behalve het studentenrestaurant De Moete zijn er hier weinig plekken waar mensen elkaar spontaan kunnen ontmoeten. Zelfs ons eigen gebouw werkt het sociale leven tegen: de drie torens van het Geo-Instituut zijn onderling niet verbonden. De verschillende afdelingen hebben weinig contact met elkaar, omdat ze mekaar doodeenvoudig weinig zien.”

Het idee van een Geogarden sloeg dan ook direct aan bij collega’s van verschillende afdelingen, zegt Van Rompaey. “Ons departement heeft expertise over bodem, water, bomen en planten, voedsel en sociale interactie in huis. Naast ons gebouw lag een terras dat diende als opslagplaats met daarrond een braakliggend stuk land. Dat leek ons wel een geschikte plek.”

Metamorfose

De omheinde tuin heeft nu verschillende groenten- en plantenbedden – eentje per afdeling – een plekje met zitbanken, een bonentipi, fruitbomen, bessenstruiken, een bloemenbed en een terras met houten tuintafels. “We werken nog aan een regenton en er zijn ook nog plannen voor een serre en een vijvertje”, zegt Van Rompaey.

Elke afdeling heeft iemand die de plantjes water geeft en elke vrijdag na het werk is het verzamelen om wat te werken in de tuin. De onderzoeksafdelingen kunnen eender wat planten, maar sommigen maken van de gelegenheid gebruik om wat uit te testen. “Onze collega’s van Prehistorie hebben een bedje met prehistorisch graan gezaaid. Ze hebben het zelfs zonder werktuigen gedaan, zoals de oermens. Al hebben ze toch toegevingen moeten doen en een net gehangen, want de vogels pikten al het zaad weg.”

“En de Afdeling Bos, Natuur en Landschap heeft een Mexicaans bed aangelegd, om het milpa-landbouwsysteem te demonstreren: drie gewassen – bonen, maïs en pompoen – worden samen gezaaid en de planten profiteren van elkaar. De maïs bijvoorbeeld dient als structuur voor de bonen om te klimmen”, wijst Parra aan. Het moet gezegd: het milpabedje floreert.

“We wilden zelf het heft in handen nemen om van onze campus een betere leef- en werkplek te maken. En we hopen dat ons initiatief ook navolging krijgt. We willen andere groepen of departementen van de universiteit daar zeker bij helpen”, zegt Van Rompaey.

Volg de avonturen van de geogarden via de blog.

Bron: nieuws.kuleuven