Klimaatgericht ontwerpen: hoe doe je dat?

Hoe neem je de klimaatverandering mee in een ontwerp? Het Kenniscentrum tuin+ van de Erasmushogeschool Brussel onderzoekt het samen met studenten van de opleiding Landschaps- en tuinarchitectuur.

In de stad Halle gaan ze na hoe je van een klassieke woonwijk een klimaatbestendige wijk maakt. Daarbij wordt ook gezocht naar meer wisselwerking tussen privaat en publiek groen.

Het project ‘Klimaatwijk Don Bosco’, in opdracht van de provincie Vlaams-Brabant, sluit aan bij de ambitie van het Kenniscentrum tuin+ om het tuinenlandschap in Vlaanderen en Brussel op te waarderen en om tools voor toekomstige klimaatwijken te ontwikkelen. Onder ‘tuinenlandschap’ vallen zowel private, publieke als semipublieke open en groene ruimten, zoals tuinen, parken en kleinschalig stedelijk groen. Vele kleine ingrepen in dit tuinenlandschap kunnen samen tot een belangrijke omwenteling leiden.

Klimaatadaptatie

De studenten die aan het onderzoek deelnemen, leren rekening te houden met de klimaatverandering. Ze leren de oorzaken van wateroverlast, droogte- en hittestress begrijpen en verwerven inzicht in de voordelen van klimaatmaatregeling, zoals verkoeling, biodiversiteitsverhoging en verbetering van de luchtkwaliteit. Het doel is om bij ontwerp niet alleen naar esthetiek of bruikbaarheid te kijken, maar ook naar klimaat en factoren als omgeving, biodiversiteit, circulariteit, beheer en burgerparticipatie.

Een integrale aanpak van ontwerp betekent dat al deze aspecten van duurzaamheid niet afzonderlijk maar in hun samenhang benaderd worden. Door verschillende principes van duurzaamheid in een ontwerp te integreren kunnen steden, wijken en tuinen future proof ingericht worden. Klimaatgericht denken speelt een grote rol maar is tegelijk deel van een bredere aanpak.

Bij klimaatverandering ging het vroeger vooral om klimaatmitigatie, het beperken van de uitstoot van broeikasgassen. Nu wordt ook meer en meer op klimaatadaptatie ingezet: de aanpassing van natuurlijke en menselijke systemen aan de effecten van de klimaatverandering. Die adaptatie kan op elke schaal gebeuren, ook die van een tuin of groenplantsoen.

Droogte – en wateroverlast

Landschapsarchitecten en groenvoorzieners kunnen op lokale schaal de water- en temperatuurhuishouding aan de klimaatverandering aanpassen, soms met relatief eenvoudige maatregelen. Daartoe behoren de oplossingen om blootstelling aan droogte en wateroverlast te verminderen, zoals ontharding, het gebruik van infiltratievoorzieningen zoals wadi’s en doorlatende bestrating, en het vasthouden van grondwater door het beperken van drainage. Die maatregelen zijn vandaag noodzakelijk, niet alleen omwille van de gezondheid en veiligheid van de mens, maar ook omwille van plant en dier.

De voorspellingen liegen er niet om. Het aantal droge dagen per jaar kan tegen 2100 toenemen van gemiddeld 172 nu naar 236. Extreme droogte kan door een combinatie van dalende neerslag en stijgende verdamping in de zomer om de vier tot vijf jaar voorkomen. Tegelijk stijgt de kans op wateroverlast door hevige regenbuien en stormen. Gebieden die nu eens in de honderd jaar overstromen, kunnen tegen 2100 elke tien jaar overstromen. Het aantal gebouwen met een gevaarlijke overstromingsdiepte zal zonder maatregelen meer dan verdubbelen. Wateropvang en -infiltratie zijn daarom cruciaal. Voorlopig geldt de opvang van 60 mm neerslag in één uur als klimaatbestendig, wat overeenkomt met 60 liter hemelwater per vierkante meter.

Wateropvang door en onder bomen

Een belangrijk onderdeel van klimaatbestendige inrichting van een wijk zijn goede en voldoende grote groeiplaatsen voor bomen. Bij aanhoudende zachte regen kunnen grote bomen in hun kruin heel veel regenwater opvangen, tot zelfs 3 000 liter. Maar bij extreme regenbuien en stormen is een boomkruin niet effectief.

Dan is vooral de boomspiegel van belang als opvangen infiltratiesysteem. Het project ‘Klimaatwijk Don Bosco’ onderzoekt onder meer op dat vlak de mogelijkheden.

Daarbij wordt ook nagegaan welke rol privaat en publiek groen samen kunnen spelen. Straatbomen kunnen bijvoorbeeld gemakkelijker een grotere groeiplaats krijgen als voortuinen en straat als een geheel benaderd en ontworpen worden, of als straten niet louter meer als ‘corridors’ gezien worden.

Wanneer het private groen mee betrokken wordt in een klimaatgerichte aanpak, is veel mogelijk. Het aandeel privaat groen in het totale groen is immers groot, niet alleen in Halle maar in de meeste Vlaamse steden.

Verder lezen?

Het volledige artikel lees je in de CG Annual 2021. Bestel hier en wij betalen de verzendkosten.


Tekst: Paul Verschueren