Hasselt / Vernieuwde begijnhofsite met tuin als uitgangspunt

De UHasselt, stad Hasselt, provincie Limburg hebben samen met de Vlaamse Bouwmeester een ontwerpteam aangesteld voor de herbestemming van de Begijnhofsite. De tuin wordt het nieuwe middelpunt van het Begijnhof, met als blikvanger een spiegelvijver die de verdwenen helft van de kerk weer zichtbaar zal maken, een publieke tuin en een 26 meter hoge uitkijktoren.

Het winnende bureau is de tijdelijke vereniging van Bovenbouw Architectuur uit Antwerpen en David Kohn Architects uit Londen, samen met landschapsarchitect Bjorn Gielens van Landinzicht en Architecten Beeck & Hermans.

Historische site

Het ontwerp moest aan een aantal belangrijke voorwaarden voldoen: het moest de Begijnhofsite ontsluiten én opnieuw een unieke plaats laten bekleden in het stedelijke weefsel. Bovendien moest het poortgebouw kunnen groeien en flexibel worden gebruikt. Het moet een plek worden die in verbinding staat met de omgeving, waar mensen uitgenodigd worden om elkaar te ontmoeten en dingen te beleven in een groene omgeving met aandacht voor het unieke erfgoed. De Begijnhofsite te Hasselt heeft immers een belangrijke erfgoedwaarde. In 1939 werd op de site de voormalige begijnhofkerk, de 13 begijnhofwoningen, het poortgebouw en de tuin beschermd als monument omwille van hun artistieke, oudheidkundige en historische waarde.

 

Grootste uitdaging voor het architectenteam is naar eigen zeggen het subtiel restaureren van het Begijnhof en zijn karakter, gecombineerd met de universitaire noden van de 21e eeuw, de stad Hasselt en bij uitbreiding heel Limburg. Het ontwerp wil het evenwicht tussen de verschillende spelers opnieuw herstellen, zonder historiserend te werk te gaan. Het architectencollectief wil met het ontwerp de historische Hasseltse binnenstad voorzien van een groene long en de stad en zijn inwoners het gevoel geven dat het Begijnhof weer toegankelijk en genietbaar is.

Tuin als middelpunt

Het huidige Begijnhof heeft volgens de architecten veel van zijn achttiende-eeuwse charme verloren. Door het verlies van de kerk, die in 1944 kapotgebombardeerd werd, voelen de huizen zich verloren. Met hun ontwerp willen de architecten van de tuin het nieuwe middelpunt van het Begijnhof maken, met de begijnenwoningen, de toegangspoort, kunstencentrum Z33 en het Jenevermuseum als raakvlakken. Terwijl de tuin hoofdzakelijk moet fungeren als frisse ontmoetingsplek, ligt de focus bij de begijnenwoningen vooral op het herstellen van de sfeer die de huizen in de achttiende eeuw uitstraalden.

De schaal van de kerk herstellen zou er voor zorgen dat de tuin eromheen letterlijk en figuurlijk in de schaduw zou komen te liggen. Het positieve van de verdwenen kerk wordt subtiel terug in kaart gebracht. De vloer van de kerkruïne zal een “verdwijnvijver” worden. De vijver zal dienen als spiegelvijver die de verdwenen helft van de kerk weer zichtbaar zal maken. Bij specifieke evenementen kan de vloer worden drooggelegd, waardoor een grote, verharde ontmoetingsplek ontstaat. Het centrale evenementplein zit dus verborgen onder een dun waterlaagje, waardoor vermeden wordt dat een groot verhard vlak aanvoelt als een leegte.

Het aantal verhardingen zal worden teruggedrongen zodat er meer plaats voor gras ontstaat tussen de ruïne en de tuinmuur. De tuin zal terug het nieuwe centrum worden van de site met een extra doorsteek naast het Jenevermuseum ter hoogte van de Witte Nonnenstraat, waardoor het Begijnhof twee toegangspunten zal hebben.

De architectuurcampus wordt ondergebracht in de begijnhofwoningen. Naast auditoria voor architectuurstudenten zullen de begijnenwoningen nieuw leven vinden in de vorm van workshopplekken, een bibliotheek en publieke ruimtes. De voortuinen van de woningen blijven behouden als kleine groene oases. In de begijnhofwoningen worden ook residenties ingericht voor gastprofessoren.

Net achter het poortgebouw zal er een 26 meter hoge panoramische belvedère worden voorzien. Dat is net de hoogte van de verdwenen begijnhofkerk. Het begijnhof moet zo opnieuw een vergelijkbare uitstraling krijgen als voor 1944.

De werken starten vermoedelijk in de tweede helft van 2019.

 

Open Monumentendag

Tijdens de Open Monumentendag op zondag 9 september organiseren de provincie Limburg, de stad Hasselt en de UHasselt een publiek toonmoment waarop de plannen voor het nieuwe open Begijnhof aan het brede publiek worden voorgesteld met maquettes, inspiratie- en simulatiebeelden, en het Begijnhof bezocht kan worden.

Meer info: Limburg.be

%d bloggers liken dit: