Expo / Charles de Noailles en tuinen

In het kader van de tentoonstelling ‘Rob Mallet-Stevens. Parijs – Brussel – Hyères’ in de CIVA Stichting in Brussel organiseert de afdeling Tuin, Landschap en Stedelijke ecosysteem van 15 november 2016 tot 12 februari 2017 de tentoonstelling ‘Charles de Noailles en tuinen. Een heen-en-weer tussen kunst en botanica’.

 


Burggraaf Charles de Noailles (1891-1981) is vooral bekend als gulle mecenas van avant-gardekunstenaars, maar hij heeft ook een groot deel van zijn leven aan botanica en tuinen gewijd. Zoals Lawrence Johnston, Edith Wharton en Vita Sackville-West past hij in de lange rij gepassioneerde en onderlegde amateurs die een beslissende rol hebben gespeeld in de geschiedenis van parken en tuinen.

Charles en Marie Laure de Noailles vroegen kort na hun huwelijk – in de beroemde Villa Croisset in Grasse, ontworpen door Ferdinand Bac – aan de broers Vera, die behoorden tot de avant-garde in de landschapsarchitectuur in Frankrijk, om een tuin te ontwerpen voor hun herenhuis aan de place des États-Unis in Parijs (1924). Het project werd een van de meest vernieuwende uit de carrière van de broers, die vermoedelijk samenwerkten met architect Jean-Charles Moreux.

Het jaar daarna was de burggraaf onder de indruk van de tuin die Gabriel Guevrékian had ontworpen voor de wereldtentoonstelling in Parijs en vroeg hij deze architect om een kleine schilderij-tuin te ontwerpen voor de avant-gardistische villa die Robert Mallet-Stevens voor hem in Hyères had gebouwd. Het kubistisch geïnspireerde project van Guevrékian werd een icoon van modernistische tuinkunst (1925-1928). Charles de Noailles zorgde zelf, samen met zijn tuiniers, voor de landschappelijke inrichting van de rest van het domein.

 

villa1

villa-noailles_1

6d2a9e05fd0fe5f77d05db6a437aaa78

img

hist3_600x600

doc-220

 

Na 1945 verhuisde Charles de Noailles van Hyères naar Grasse. Daar ontwierp hij stap na stap een terrassentuin die een van de beroemdste tuinen van de Côte d’Azur werd.

 

may_grasse26tn

may_grasse20tn may_grasse13tn

 

Met de hulp van Roy Lancaster verzamelde hij in 1977 zijn ervaring in het referentiewerk Plantes de jardins méditerranéens. Hij was ook een van de belangrijkste bezielers van Les Amateurs de jardins, een vereniging waarvan zijn moeder vicevoorzitter was geweest. Hij voelde zich verwant met ontwerpers van Engelse tuinen zoals Russel Page en Lawrence Johnson en was vele jaren vicevoorzitter van de Garden History Society. Als liefhebber van horticultuur gaf hij zijn naam aan een fel geurende herfstcamelia met donker karmijnroze bloemen, de Camellia sasanqua ‘Vicomte de Noailles’. Ook een rozemarijnvariëteit werd naar hem genoemd.

Kort na de Tweede Wereldoorlog maakte de burggraaf kennis met René Pechère. Meer dan 25 jaar lang schreven ze elkaar heel regelmatig. Die onuitgegeven correspondentie, bewaard in de CIVA Stichting, werpt een verhelderend licht op talrijke aspecten van de landschapsarchitectuur in België en Frankrijk en wordt op deze expositie voor het eerst getoond.

Fondation CIVA Stichting

Kluisstraat 55 – 1050 Brussel