Bloembollen en klimaatverandering | JUBHolland

In de zomer van 2019 werden we (opnieuw) geconfronteerd met extreem weer. Voor het eerst in de geschiedenis bereikte het kwik temperaturen boven de 40° Celsius. De klimaatverandering heeft veel gevolgen, o.a. voor het sortiment beplantingen dat kan worden toegepast. In dit deel gaan we dieper in op droogteresistente bloembollen.

Deskundigen voorspellen langere, warme zomers met lange, droge periodes, gevolgd door extreme regenbuien, waarin we in korte tijd veel neerslag zullen moeten verwerken. In dit artikel gaat Carien van Boxtel, Tuin- en landschapsontwerper/beplantingsdeskundige bij JUBHolland, in op droogteresistente bloembollen.

Droogteresistentie: wat betekent dat eigenlijk?

CG Concept Magazine, Annual 2021: Bloembollen en klimaatverandering. Voorbeelden van droogteresistente bloembollen.
© Beth Chatto, The Dry Garden

In 1978 verscheen een zeer invloedrijk boek: ‘The Dry Garden’, van plantenkenner en ontwerper Beth Chatto, die in 2018 overleed. Samen met haar man creëerde zij vanaf de jaren 60 van de vorige eeuw in Essex (VK) haar befaamde tuinen. Begin jaren 90 startten Beth en haar man met het beroemdste deel van de tuin: ‘The Gravel Garden’, een voormalige halfverharde parkeerplaats waar zij gingen experimenteren met droogteresistente planten. De aanwezige bodem werd onkruidvrij gemaakt en klaar voor aanplant. Vervolgens werden de grote, organische borders aangeplant. In het seizoen erop werd de beplanting afgedekt met een mulchlaag van gravel (grind). Deze laag zorgt ervoor dat verdamping en onkruidgroei beperkt blijven. Tegelijkertijd ontstaat er een aantrekkelijk, natuurlijk beeld van borders en wandelpaden die in elkaar overlopen; planten lijken zich losjes te hebben uitgezaaid in het grind.

De essentie van ‘The Dry Garden’ is dat er geen water wordt gegeven en tot op heden is dat dan ook nog niet gebeurd. Alleen gedurende de eerste zes maanden na het aanplanten wordt er beregend totdat de planten zijn aangeslagen: daarna zullen ze op eigen kracht verder moeten. In die zin zijn droogtebestendige planten planten die geen (kunstmatige) beregening nodig hebben, die geschikt zijn om langere droogteperioden te overbruggen en minder grondwater gebruiken.

Hoewel alle klimaatscenario’s een gemiddelde winterse temperatuurstijging laten zien moet beplanting in België toch bestand zijn tegen vorst, die vooral in combinatie met nat weer voor veel droogteminnende planten funest kan zijn. Mediterrane beplanting kan, gelet op onze vaak natte winters, niet zonder meer worden toegepast. Drainage is dan ook van zeer groot belang.

Droogtetolerantie, droogteresistentie en droogteminnend

Deze begrippen worden door elkaar gebruikt, maar betekenen allemaal iets anders. Een plant is droogtetolerant als deze een zekere droogte verdraagt, maar toch af en toe water nodig heeft. Een droogteresistente plant kan een langdurige periode zonder water, maar heeft toch wel af en toe regen en grondwater nodig om te kunnen overleven en zich verder te ontwikkelen. Een droogteminnende plant, zoals bijvoorbeeld huislook (Sempervirens) of een cactus, kan vrijwel volledig zonder water functioneren.

Zijn bloembollen droogteresistent?

Daarvoor zullen we terug moeten naar de oorspronkelijke habitats van bloembollen. Veel bloembollen komen uit verre streken, zoals Turkije, De Kaukasus en Azië, streken met een streng landklimaat, waar het in de zomer heet is en in de winter zeer koud. Om de hitte te weerstaan is de ondergrondse stengel geëvolueerd tot een bol of knol: de plant trekt zich daar geheel in terug tijdens de zomer om vervolgens, na het aanmaken van een interne bloemknop, weer tevoorschijn te komen. Bloembollenkwekers bootsen dit klimaat na door veel bloembollen in de zomer in verwarmde cellen te bewaren.

Niet alle bloembollen zijn dus even droogteresistent, maar juist de soorten die uit het landklimaat komen zijn kandidaten voor de steeds warmere en drogere standplaatsen in ons veranderende klimaat, mits de drainage optimaal is: tegen natte winters in combinatie met vorst kunnen deze bollen niet. Denk dan aan droge bloemborders waar geen drainage is, aan de ouderwetse rotstuin, een prairietuin in lava maar ook (grotere) bloembakken, schooltuinen die in de zomer niet worden beregend, geveltuinen en zelfs daken. In de openbare ruimte zijn ook veel geschikte plekken denkbaar, bijvoorbeeld daktuinen (parkeergarages), geveltuinen en bloembakken.

Ook Beth Chatto paste een keur aan bloembollen toe in haar gravelgarden. Hieronder bespreek ik de belangrijkste soorten en cultivars die zich thuis voelen in droogte.

CG Concept Magazine, Annual 2021: Bloembollen en klimaatverandering. Voorbeelden van droogteresistente bloembollen.
© Carien van Boxtel, Tuin- en landschapsontwerper/beplantingsdeskundige bij JUBHolland

Botanische tulp

Terwijl de langstelige hybride tulpen redelijk dorstig zijn, kunnen de botanische soorten, die veel dichter bij hun oorspronkelijke soorten staan, veel beter tegen droogte. Tal van botanische soorten komen van nature voor op Kreta en in Turkije: kurkdroge en rotsachtige standplaatsen met hete zomers en koude winters. Een aantal zeer geschikte en relatief makkelijke soorten zijn.

  • Tulipa saxatilis
  • Tulipa turkestanica
  • Tulipa linifolia
  • Tulipa batalinii
  • Tulipa schrenkii
  • Tulipa acuminata

Allium

Een favoriet in de gravelgarden van Beth Chatto. Veel allium soorten houden van droge voeten. Er is een allium voor iedere smaak: hoog en architectonisch, laag en bescheiden. De allium wordt ook wel het uitroepteken van de border genoemd: ze vormen schitterende accenten en zijn uitstekende bijenplanten, omdat hun globevormige bloem een groot oppervlak aan nectar en stuifmeel te bieden heeft.

  • Allium christophii: enorme globes die bestaan uit bijna 100 stervormige metallic paarse sterretjes, een prachtige verschijning.
  • Allium atropurpureum: prachtige diepdonkere, auberginekleurige, platte, schermvormige bloem op zeer lange stengels, zoetgeurend. Een prachtige auberginekleurige soort is bijvoorbeeld Allium ‘Miami’.
  • Allium hollandicum ‘Purple Sensation’ is de bekendste sierui. Mauvepaarse middelgrote ballen die zowel in de zon als in de halfschaduw kunnen staan.
  • Allium karataviense: een grote bal op een kort steeltje: groot en breed blad en bijzondere, beigeroze globevormige bloemen, ideaal in een graveltuin.
  • Allium sphaerocephalon : het bekende trommelstokje: wijnkleurige eivormige bloemen die elegant op hun dunne stengel staan: onmisbaar in een border van siergrassen, met een bloeitijd die heel welkom is: juni en juli.
  • Allium azureum en Allium caesium: hemelsblauwe schoonheden afkomstig uit de woestijen en hooggelegen bergvlaktes in Centraal-Azië.
  • Allium moly: een overbekend geel klein uitje, vrolijk en makkelijk uitzaaiend.

Ipheion

Is het meest verwaarloosde bolgewasje met mooie, open, stervormige bloemetjes en o zo dankbaar door hun lange bloeiperiode. Juist op heel droge plekken, zoals in grind of rotstuinen, tegen gevels en muren en in voegen doet dit ‘Oude Wijfje’ het als de beste. Niet zelden wordt een goed gekozen standplaats beloond met een tweede bloei in het najaar en zaait de Ipheion zich goed uit. Ze kan de concurrentie met andere planten minder goed aan. Veel voorkomende soorten zijn:

  • Ipheion uniflorum ‘Alberto Castillo’ (wit met donkere nerven)
  • Ipheion uniflorum ‘Wisley Blue’ (hemelsblauw~)
  • Ipheion uniflorum ‘Tessa’ (lilaroze)
CG Concept Magazine, Annual 2021: Bloembollen en klimaatverandering. Voorbeelden van droogteresistente bloembollen.
© Carien van Boxtel, Tuin- en landschapsontwerper/beplantingsdeskundige bij JUBHolland

Iris reticulata (Kaukasus en Palestina) en Iris histrioides (Turkije)

Het kleine vroegbloeiende ouderwetse Irisje wint vaak de wedstrijd met het sneeuwklokje en bloeit vooral bij zonnig weer eerder. Er circuleren veel cultivars in de handel die stuk voor stuk juweeltjes zijn. Oorspronkelijk vooral populair bij rots-tuiniers maar we zien ze steeds vaker toegepast op daken, omdat ze de omstandigheden daar prima aankunnen. Ze houden van droge, warme zomers op een plekje met goede drainage in de zon.

  • Iris ‘Katharine Hodgkin’: bijna onbeschrijfelijk hemel/waterblauw met geelgouden tekening en blauwe adertjes en een geel honingmerk, een bijzondere schoonheid. De bloem is vrij groot. Iris ‘Katherine’s Gold’ maakt haar opmars: crèmegeel met goudgeel, heel bijzonder en verfijnd.
  • Iris reticulata ‘Pauline: bordeauxkleurig, elegant al wat ouder irisje, met opvallend smalle bloemblaadjes en een mooie geelgouden keel.
  • Iris reticulata ‘Harmony’: mooi korenblauw met een goudgele tekening.
  • Iris reticulata ‘Alida’: een recente cultivar in prachtig tweekleurig korenblauw met een vrij grote opvallende bloem.
  • Iris reticulata ‘Spot On’: een hebbeding voor liefhebbers, maar gelukkig ook al in grotere aantallen geteeld in Nederland: bijzonder donker auberginepaars met grijsachtige paarsgespikkelde lippen, de ‘staanders’ iets lichter paars.
  • Iris reticulata ‘Natascha’: elegant en zuiver wit.

Eremurus of Naald van Cleopatra

Een droom van een plant voor tuinliefhebbers en tuinontwerpers en een reus bovendien: de kaarsvormige Eremurus kan een lengte bereiken van zeker 1,50 m. Eremurus komt van het Griekse eremos (woestijn, eenzaam) en oura (staart). De natuurlijke vindplaatsen zijn droge rotsachtige en sterk begraasde berghellingen van Oost-Turkije tot aan de Himalaya, met species in China. Eremurus wordt ondiep geplant: drie cm aarde op de wortelvormende knol is voldoende. Zoals de natuurlijke standplaats aangeeft, verlangt Eremurus een goed doorlatende en voedselrijke zanderige grond in de zon. Eremurus dient tegen de vorst te worden beschermd.

CG Concept Magazine, Annual 2021: Bloembollen en klimaatverandering. Voorbeelden van droogteresistente bloembollen.
© Carien van Boxtel, Tuin- en landschapsontwerper/beplantingsdeskundige bij JUBHolland

Narcis

Lang niet alle narcissen zijn droogteresistent; eigenlijk de meeste niet. Toch zijn er bepaalde groepen narcissen die prima droogte kunnen doorstaan, zoals de Jonquilla’s (oorspronkelijk uit Spanje en Portugal), Tazetta’s (van Portugal tot Turkije) en de meeste miniatuur-soortjes. Met name de wat korter blijvende soorten zijn bij uitstek geschikt voor rotstuinen en winderige daken. Enkele prima droogteresistente soorten:

  • Narcissus Hawera (1928): Een kruising van een jonquilla met een triandrus uit 1928. Geliefde rotstuinnarcis. Meerdere citroengele bloemen aan een 25 cm hoog stengeltje, late bloeitijd (april/mei), mooi, fijn grasachtig loof.
  • Narcissus Babymoon (1958): Een jonquilla die heerlijk geurt met een heldergeel minibloemetje dat je aankijkt.
  • Narcissus ‘Curlew’: ivoorwitte narcis, mooi gevormd cupje en meerdere stelen per bol.
  • Narcissus sabrosa (1986): een gewild zachtgeel, rijkbloeiend en geurend miniatuurnarcisje dat is ontstaan uit N. jonquilla x N. rupicola subsp. watieri. Ze bloeit vroeg, maar erg lang en wordt niet veel groter dan 15 cm.
  • Narcissus ‘More and More’: in Keukenhof was ze te bewonderen: de allerkleinste en allerfijnste van allemaal, bijzonder rijkbloeiend en heldergeel.
  • Narcissus ‘Sailboat’: witte narcissen zijn altijd heel populair. Deze jonquilla met witte bloemblaadjes en een crèmegeel trompetje bloeit wederom heel lang en geurt verrukkelijk. Prima verwilderaar bovendien!
  • Narcissus ‘Geranium’: prachtige, langstelige witte narcis van mediterrane afkomst met een warmoranje kroontje. Tazetta’s geuren ontzettend lekker en zijn bovendien door hun lengte prima snijbloemen.

Ipheion of Oud wijfje

Een klein verwilderingsgewasje dat bloeit in mei met stervormige bloemetjes in wit, roze of blauw dat prima droogte kan doorstaan en zich dan ook kan uitzaaien. Met name op daken en in grind of tussen tegels voelt ze zich thuis. Ze kan de concurrentie met andere planten minder goed aan. Veel voorkomende soorten zijn

  • Ipheion uniflorum ‘Alberto Castillo’ (wit met donkere nerven)
  • Ipheion uniflorum ‘Wisley Blue’ (hemelsblauw)
  • Ipheion uniflorum ‘Tessa’ (lilaroze)

Er valt dus genoeg te kiezen uit het uitgebreide sortiment dat dankzij de bollenteelt nog steeds in cultuur is. Het mooie is dat veel van deze soorten ‘vast’ zijn en dus jaarlijks zullen terugkeren en zich zelfs zullen uitbreiden als ze zich thuisvoelen. Kortom: het warmere en drogere klimaat biedt kansen voor een buitengewoon mooi sortiment bloembollen, dat dit najaar volop verkrijgbaar is.

www.jubholland.nl


Tekst: Carien van Boxtel, Tuin- en landschapsontwerper/beplantingsdeskundige bij JUBHolland