Biodiversiteit en klimaat kunnen niet afzonderlijk worden aangepakt

Dat is de boodschap van Belgische experten en van het evaluatierapport van het Intergouvernementeel platform voor wetenschap en beleid inzake biodiversiteit en ecosysteemdiensten (IPBES) dat werd gepubliceerd in 2019. Dit platform is een netwerk van experten gespecialiseerd in biodiversiteit.

Meer dan 150 experten uit 50 verschillende landen hebben het evaluatierapport opgesteld om wereldwijd een doeltreffender beleid en acties ter bestrijding van het verlies aan biodiversiteit in de komende tien jaar te bepalen.

Biodiversiteit en de diensten die de natuur levert, spelen een doorslaggevende rol bij de uitvoering van het Akkoord van Parijs over klimaatverandering en de Duurzame Ontwikkelingsdoelstellingen van de Verenigde Naties (SDG’s). Het biodiversiteitsverlies kan de realisatie van deze doelstellingen aanzienlijk belemmeren.

Professor Jean-Pascal van Ypersele (UCLouvain), voormalig vice-voorzitter van het IPCC, bevestigt dit: “Het is een klimatoloog die het u zegt: de biodiversiteitscrisis is minstens even ernstig als de klimaatcrisis. Zoals het IPBES-rapport op briljante wijze bevestigt, is de klimaatverandering een steeds belangrijkere factor in de erosie van de biodiversiteit. Omgekeerd kunnen gezonde ecosystemen bijvoorbeeld bijdragen aan een betere opname van CO2 uit de atmosfeer of aan het voorkomen van overstromingen. We hebben
dus alle belang bij een gecoördineerde aanpak van het klimaat en de biodiversiteit.”

Andere Belgische experten bestuderen en evalueren de gezondheidstoestand van de biodiversiteit en de manier waarop zij een antwoord biedt op fundamentele kwesties.

Hilde Eggermont, de coördinatrice van het Belgische biodiversiteitsplatform die de Belgische delegatie in Parijs leidde, merkt op: “Klimaatverandering, biodiversiteitsverlies en menselijk welzijn zijn nauw met elkaar verbonden. Klimaatverandering heeft een grote invloed op ecosysteemfuncties en -diensten (de bijdrage van de natuur aan de mens). Biodiversiteit kan ook een oplossing zijn om zich aan te passen aan de klimaatverandering (bijvoorbeeld door genetische diversiteit) of om deze te reguleren. Het is dus onmogelijk om het verlies aan biodiversiteit tegen te gaan zonder actie te ondernemen op het gebied van klimaatverandering, net zoals het onmogelijk is klimaatverandering tegen te gaan zonder actie te ondernemen op het gebied van biodiversiteitsverlies.”

Meer info

Klimaatverandering bedreigt biodiversiteit

Helaas wordt die biodiversiteit rechtstreeks bedreigd door de klimaatverandering: in vele delen van de wereld is de soortensamenstelling veranderd en zijn soorten uitgestorven aan een snelheid die 100 tot 1000 keer hoger ligt dan normaal.

Maar waar vroeger vooral de inkrimping, versnippering en vernieling van de natuurlijke leefgebieden en de vervuiling de voornaamste oorzaken van de achteruitgang van de biodiversiteit vertegenwoordigden, zou de opwarming van de aarde tegen het einde van de 21ste eeuw wel eens dé belangrijkste oorzaak kunnen worden. Dat is een van de belangrijke bevindingen van de grootste studie over de biodiversiteit ooit, de tweede “Millennium Ecosystem Assessment”, waaraan 1360 onderzoekers wereldwijd meewerkten.

Dat de invloed van klimaatwijziging zo groot kan zijn, wordt verklaard door het feit dat het klimaat in sterke mate het verspreidingsgebied van de soorten, het optreden van natuurlijke verstoringen (zoals bosbranden) en de beschikbaarheid van voedsel door wijzigingen in de bodemsamenstelling bepaalt.

In Europa wordt ongeveer een vijfde van de habitats en 12 % van de belangrijke soorten door de klimaatverandering bedreigd. Venen en moerassen (natte natuur) behoren tot de kwetsbaarste habitats.

Veel terrestrische, mariene en zoetwatersoorten hebben in reactie op de klimaatverandering hun geografische verspreidingsgebieden, hun seizoensactiviteiten, hun migratieschema’s, hun omvang en hun interacties met andere soorten gewijzigd:

Effecten klimaatverandering

Talrijke planten- en diersoorten hebben in reactie op de klimaatverandering hun verspreidingsgebieden naar het noorden en/of naar hogergelegen gebieden verschoven. In Europa zien we:

  • een verschuiving van het verspreidingsgebied van de vlinders naar het noorden tussen 1990-2007. Die migratie vertoont een zekere vertraging ten opzichte van de klimaatverandering, hetgeen erop lijkt te wijzen dat zij het ritme van de veranderingen niet kunnen bijbenen;
  • de verschijning van nieuwe soorten in onze streken, zoals zuidelijke libellensoorten (vuurlibel), spinnen (wespspin, afkomstig uit het Middellandse-Zeebekken), vogels (Europese bijeneter, een soort uit het zuiden die tegenwoordig ook in België broedt) en muggen (die tropische ziekten zoals het West-Nijlvirus kunnen overbrengen);
  • een verandering in het verspreidingsgebied van steeds meer mariene organismen vanwege de toegenomen watertemperatuur in de Noordzee. Zo zien we in onze wateren almaar meer warmwatersoorten (sardienen, ansjovis, enz.). De soorten die in koudere wateren leven (kabeljauw, schelvis, heilbot, grijze garnalen, enz.) migreren daarentegen verder naar het noorden;
  • in de afgelopen 40 jaar zijn bepaalde soorten zoöplankton (dierlijk plankton) uit de Noordzee en ten zuidwesten van de Britse eilanden zo’n 1100 km (10° breedtegraad) verder naar het noorden gemigreerd. Deze beweging lijkt zich sinds 2000 nog te hebben versneld;
  • een sterkere aanwezigheid van thermofiele (warmteminnende) planten in een aantal landen van Noordwest-Europa (bv. Nederland, Groot-Brittannië en Noorwegen), tegenover een lichte achteruitgang van kouderesistente planten.

Meer info

Biodiversiteit hangt nauw samen met het klimaat. Zo zijn onder de terrestrische habitats, de tropische regio’s veel soortenrijker dan de polaire regio’s. Zowel Brazilië als Colombia, de landen met de grootste en op een-na-grootste biodiversiteit, liggen in Zuid-Amerika. Colombia kent de grootste globale biodiversiteit in vogels (rond de 1.900 soorten, waarvan 150 soorten kolibries), kikkers, vlinders (14.000) en bloemen (>50.000).

Ook het Natuurrapport 2020 is duidelijk: “De natuur in Vlaanderen is er niet goed aan toe: Vlaamse natuurgebieden zijn nog veel te versnipperd en we doen het slecht op het vlak van bescherming van inheemse planten- en dierensoorten. Dat blijkt uit een nieuw rapport van het Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek (INBO) over onze biodiversiteit:

“Een derde van de onderzochte soorten staat op een of andere manier op de rode lijst. De bevoegde minister Zuhal Demir erkent dat de uitdaging groot is, en zegt dat eraan gewerkt wordt: “Volgend jaar komt er een globaal Vlaams biodiversiteitsplan in lijn met het Europese”, berichtte vrtNWS in december 2020”.

Bron: natuurrapport Vlaanderen 2020


Tekst: Filiep Bouckenooghe, VVOG