BIJLEREN VANUIT UW KOT / Cursus Boomverzorging

Goed boombeheer gaat uit van kennis van de boom zodat onnodige stress voor de boom kan vermeden worden. Een vakbekwaam boomverzorger voert handelingen uit op een dusdanige manier dat de boom niet nutteloos belast wordt. Bomen zijn onderhevig aan de wetten van fysica, thermodynamica, biologie, mechanica, statica en biologie. Een elementair inzicht in de fysiologie en de energiehuishouding van bomen is dan ook essentieel om te begrijpen hoe bomen in hun totale levenscyclus hiermee weten om te gaan. Dat schrijft bomenexpert Wim Peeters in zijn ‘Cursus Boomverzorging’ voor de opleiding Groenmanagement aan de VIVES Hogeschool in Roeselare.

 

Het eerste deel van de cursus handelt over de manier waarop bomen omgaan met aantastingen. Het CODIT-model van prof. A.L. Shigo heeft voor een ware ommekeer in de boomverzorging gezorgd. Hoewel dat model vandaag onder druk staat door de luchtexclusie theorie van Boddy en Rayner, en doordat Slater de takaanzet nader is gaan bestuderen, is deze theorie nog steeds een belangrijk uitgangspunt binnen de hedendaagse boomverzorging.

Deel 2 geeft een summiere uiteenzetting over de architectuur van de boom. Die architectuur is vooral door Franse wetenschappers uitvoerig bestudeerd en vormt het uitgangspunt voor de manier waarop Franse boomverzorgers werken. Het vermoeden bestaat dat die ‘Franse school’ de komende jaren nog heel veel aan belang zal winnen.

Hoofdstuk drie gaat over snoei, gerelateerd aan de ontwikkelingsfasen van de boom. De snoei in de kwekerijfase wordt buiten beschouwing gelaten. Ten eerste hoort dat bij het vak ‘boomkwekerij’ en ten tweede houdt de manier waarop bomen in de kwekerij gesnoeid worden, weinig of geen rekening met de manier waarop bomen zelf hu stam vormen. Datzelfde probleem geldt trouwens voor de ‘klassieke’ jeugd-en begeleidingssnoei zoals die vandaag de dag beoefend wordt. Daar moet dus ook nog aan geschaafd worden. Bij het beheer van volwassen bomen is snoei eerder uitzondering dan regel. Maar die snoei is wel belangrijk en moet vooral heel correct gebeuren. Het laatste deel behandelt dan een aantal nieuwere snoeitechnieken die vooral bij veterane bomen toegepast worden. Hoofdstuk 4 behandelt de relatietussen de boom en de bodem. In die relatie wordt heel vaak het belang van schimmels en het boomsoorteigen ecosysteem over het hoofd gezien. Dat is nochtans een erg belangrijk gegeven. Verder wordt er aandacht gegeven aan de gevolgen van verdichting en grondophoging en de bouw van het wortelsysteem van bomen. Het laatste deel handelt over groeiplaatsverbetering en andere niet-technische oplossingen voor het oplossen van bodem gerelateerde boomproblemen.

Het laatste hoofdstuk behandelt veteraanbomen. In dat hoofdstuk wordt het belang van veteraanbomen en van hun ecosysteem uiteengezet. Vervolgens wordt bekeken op welke manier het CODIT-modeltekortschiet bij veterane bomen. Er wordt dieper ingegaan op de ontwikkeling van bomen in hun veterane fase om ten slotte het beheer van veterane bomen te bekijken. Daarbij is zowel het beheer van de boom zelf, als van zijn ecosysteem belangrijk.

U kunt de volledige cursus hier downloaden.

%d bloggers liken dit: