Bewegend leren in de taaltuin

Goede Speelprojecten is met het project ‘DE TAALTUIN’ door de Nationale Onderwijs Tentoonstelling genomineerd voor de Publieksprijs Innovatie Award 2017.


Spelenderwijs een taal leren en daarbij nog lekker bewegen ook. Dat kan in het Spartapark te Rotterdam, waar de eerste speeltuin is gerealiseerd.

In De Taaltuin speelt het kind, maar ontwikkelt tegelijkertijd zijn (liefde voor) taal en oefent zijn lezen. De leerkracht stimuleert het kind in zijn spel op de taalspeelleer-objecten. Daarnaast stimuleert De Taaltuin ouders (dus ook de anderstalige ouder) de taal op een speelse wijze in te bedden in de opvoeding. Interactie, taal, leren en spel tussen leerkracht, ouder en kind, staan in de taalspeeltuin centraal. Spel als motor van de taalontwikkeling.

Speelruimte voor taalstimulering
In Rotterdam zijn al veel basisscholen uitgebreid met een zgn. groep 0. Peuters en kleuters met een taalachterstand krijgen het aanbod om mee te doen aan voor- en vroegschoolse educatie (VVE). Dit zou korte metten moeten maken met de onderwijsachterstanden, waarmee met name de grote steden kampen. Maar wat blijkt? Feitelijk zijn de mogelijkheden beperkt om binnen de VVE deze taalachterstand weg te werken.

“Deze kinderen zijn nog te jong en de tijd tot de basisschool is te kort om taalproblemen op te lossen”. Aan het woord is professor Ruben Fukkink, bijzonder hoogleraar Kinderopvang en educatie voor het jonge kind. “Immers je kunt niet van 9 tot 5 aan taalstimulering doen, waardoor deze kinderen in groep 1 al met een behoorlijke achterstand beginnen. Voor deze kinderen is het erg belangrijk dat ze kunnen spelen”, aldus de hoogleraar. Hij vervolgt: “Taalstimulering moet in evenwicht zijn met speelruimte voor kinderen en sensitiviteit voor hun behoeften. Spelen en leren dus en stort vooral niet allerlei programma’s over deze kinderen uit”. Allerlei te nadrukkelijke schoolse en educatieve programma’s werken niet, maar spelmogelijkheden juist wel. Professor Sieneke Goorhuis (hoogleraar spraak- en taalstoornissen) verwoordt het zo: “We geven een baby ook geen boerenkool met worst, daar krijgt hij namelijk darmstoornissen van. Het schoolse keurslijf kan schadelijke gevolgen hebben. Het leidt tot overdiagnosticeren, met bijbehorend stempel. Kortom, er wordt iets van ze gevraagd waar ze nog niet aan toe zijn”.

Taalstimulerende speelplekken
Fenneke Hordijk, beeldend kunstenaar en neerlandicus, is al decennialang actief op het gebied van taalontwikkeling, meer specifiek gericht op het leren lezen en spellen en het vergroten van de woordenschat. Fenneke bedacht een taaltuin om minder taalvaardige kinderen een steuntje in de rug te geven (in sommige wijken in Rotterdam is bijvoorbeeld tweetaligheid meer regel dan uitzondering). Ze wil dat kinderen spelenderwijs in de vrije ruimte kunnen oefenen wat ze op school leren.

Haar doelstelling: taalontwikkeling bij het jonge en oudere kind versnellen en consolideren. Haar jarenlange ervaring met o.a. Pabo-studenten bracht haar op het idee om taalstimulerende speelplekken te bedenken. Het kind speelt, klimt, springt en rent, maar ontwikkelt tegelijkertijd zijn taal en ‘meervoudige intelligenties’. In 2007 ontstond haar eerste schets van de taaltuin. Het hele ontwerp is er op gericht spelen met taal te verbinden. Ieder toestel, iedere plek heeft iets met taal en is gericht op speelplezier en uitdaging.

In teksten op de taaltoestellen wordt een eenduidig letterfont gebruikt, zodat voor ieder kind (en met name voor de dyslectische kinderen) duidelijk is welk letterteken bij welke klank hoort (zie kader).

Een idee is leuk – maar hoe dit uit te werken? Fenneke wist zich te verzekeren van een intensieve samenwerking met Mathieu Gielen, industrieel ontwerper bij ontwerpstudio ‘De Wolkenrijders’. Daarnaast is hij universitair docent ‘ontwerpen voor het spelende kind’. En zo kwam een uniek samenwerkingsverband tot stand: idee en verwerkelijking vonden elkaar.

De eerste realisatie was het springletterpaaltjesveld waar kinderen van letterpaaltje naar letterpaaltje kunnen springen en zo woorden kunnen vormen. Het tweede object werd de woordslang. De slang heeft op zijn rug draai-elementen waar kinderen zelf woordjes mee kunnen maken. De woordslang heeft een koffertje bij zich en op het koffertje staat ‘ik ga op reis en ik neem mee…’. Het duo Fenneke/Mathieu ging nog verder en bedacht ‘de wiskundeboom’. Een object waar je spelenderwijs kan leren vormen herkennen en benoemen door middel van klimmen en klauteren in allerlei geometrische vormen van verschillende grootte, dikte en kleur.

Speelruimte voor taal
Een Taaltuin vraagt om een natuurlijke omgeving, omdat kinderen zich daar vooral meer vrij en ontspannen voelen en ongemerkt meer energie gebruiken. Ook de diverse toestellen dienen een natuurlijke uitstraling te hebben. Zo krijgt vooral het verbeeldend spel een extra dimensie. Niet toevallig kwamen Fenneke/Mathieu bij hun zoektocht naar een leverancier bij Goede Speelprojecten, één van de pioniers op het gebied van ‘natuurlijk spelen’. “Vanaf het eerste contact tot nu, met de realisatie van de eerste taaltuin, klikte het meteen. We zijn ontzettend trots aan dit unieke project mee te mogen werken”, aldus Kirsten Goede. “Door verbeeldend spel en verhalen spelen consolideren de kinderen ‘als vanzelf’ de door de omgeving verrijkte woordenschat. Wat is er mooier dan hier een bijdrage aan te mogen leveren?”

De Taaltuin is aanwezig op de Dag van de Openbare Ruimte op 1 en 2 februari in Brussels Expo.