Advies Hoge Gezondheidsraad over natuur en gezondheid

De Hoge Gezondheidsraad (HGR), het belangrijkste adviesorgaan van de federale overheid over gezondheid, heeft een rapport gepubliceerd over ‘Groene en blauwe steden: natuur en menselijke gezondheid in een stedelijke omgeving’. Het rapport biedt beleidsmakers en andere maatschappelijke groeperingen aanbevelingen op het gebied van geneeskunde, ruimtelijke ordening en ecologie.

 

Dit adviesrapport is een synthese van de huidige kennis en het lopend Belgisch onderzoek naar de verbanden tussen natuur en menselijke gezondheid, met als doel gunstige interacties te bevorderen en schadelijke tot een minimum te beperken. Het rapport is gebaseerd op een overzicht van de wetenschappelijke literatuur en door vakgenoten getoetste rapporten van nationale en internationale organisaties, op de meningen van de deskundigen die het rapport hebben voorbereid en op de resultaten van een raadpleging van Belgische wetenschappers die zich bezighouden met de relatie tussen natuur en menselijke gezondheid.

Uit de rapporten blijkt een grote verscheidenheid aan voordelen van stadsnatuur voor de lichamelijke en geestelijke gezondheid van de mens, maar er wordt ook ingegaan op natuurgerelateerde gezondheidsrisico’s voor de mens, met name besmettelijke ziekten.

Natuurlijk ecosysteem

“Jarenlang waren het bevorderen van de menselijke gezondheid en het voorkomen van ziekten gericht op adequate medische zorg, een evenwichtige voeding, voldoende voedsel, schone lucht en schoon water,” zegt de HGR. “De mens maakt echter deel uit van een natuurlijk ecosysteem, waarvan de goede werking essentieel is voor de menselijke gezondheid. De onderlinge verbanden tussen de natuur en de menselijke gezondheid zijn variabel en complex en het verwerven van inzicht daarin is nog in volle gang. Er zijn echter steeds meer aanwijzingen voor het belang van deze onderlinge verbanden, zowel wat de voordelen als de risico’s voor de menselijke gezondheid betreft.”
Volgens de Raad is er veel ruimte voor verbetering van de gezondheid door rekening te houden met de onderlinge verbanden tussen natuur en gezondheid. Het ‘vergroenen en verblauwen’ van steden kan een sleutelrol spelen, maar hoe dit concreet kan gebeuren, hangt af van de specifieke kenmerken van een gebied. Elk stedelijk gebied heeft zijn eigen specifieke natuurlijke, sociale, culturele en economische kenmerken. Een stapsgewijze aanpak van de transformatie van stedelijke gebieden met het oog op een betere gezondheid kan helpen om te voorspellen hoe deze al dan niet zal uitpakken in een bepaalde context, met zijn eigen specifieke kenmerken, en kan lessen opleveren voor verdere ontwikkelingen.

Ruimtelijke ordening

Ruimtelijke ordening en stadsontwikkeling hebben een grote invloed op de menselijke gezondheid, aldus de Raad. “De functie, het gebruik en de ruimtelijke inrichting van de dagelijkse leefomgeving bepalen in hoge mate de wijze waarop en de frequentie waarmee mensen worden blootgesteld aan schadelijke milieu-invloeden, toegang hebben tot stedelijke groene en blauwe ruimte of in contact kunnen komen met natuur en biodiversiteit. De recente COVID-19-pandemie en de verworven inzichten met betrekking tot de voorspelbare gevolgen van de klimaatverandering en de toenemende verstedelijking hebben het algemene besef doen toenemen dat er dringend behoefte is aan een stedelijke leefomgeving die de menselijke gezondheid in stand houdt en verbetert. Toegang tot voldoende groene en blauwe ruimte is in dit verband van cruciaal belang.”

Gesprekken met ruimtelijke planners en ontwerpers maakten duidelijk dat menselijke gezondheidszorg enerzijds en ruimtelijke ordening en stadsontwikkeling anderzijds gescheiden domeinen van beleid en praktijk waren en nog steeds zijn. Elk heeft zijn eigen administratieve organisatie, beroepsverenigingen, wetgeving, voorschriften, instrumenten en procedures. In de praktijk blijken deskundigen op het gebied van de menselijke gezondheid en ruimtelijke planners zelden samen te werken om de doelstellingen te bereiken die ze gemeen hebben: het handhaven en verbeteren van de menselijke gezondheid in een omgeving die daarvoor optimaal is. Er is wel een duidelijke bereidheid om doelstellingen op het gebied van volksgezondheid vast te stellen, zoals blijkt uit de verwijzingen naar de volksgezondheid in verschillende beleidsdocumenten op het gebied van ruimtelijke ordening. Tegelijkertijd werd het gebrek aan duidelijke richtsnoeren en geschikte instrumenten om effectief bij te dragen tot deze zeer gewenste ruimtelijke transformatie vaak genoemd als een belangrijk obstakel. Er worden studies verricht met betrekking tot ruimtelijke ordeningsinstrumenten en de menselijke gezondheid en professionele planners beginnen ruimtelijke ordeningsplannen te ontwerpen vanuit een meer geïntegreerd perspectief, waarbij ook rekening wordt gehouden met de menselijke gezondheid. Dit laatste wordt vooral bereikt door de bestaande natuur en ecologische omstandigheden van een gebied als uitgangspunt te nemen voor de locatie van gewenste ontwikkelingen en door ruimte te voorzien voor nieuwe natuurlijke elementen in de openbare ruimte. Planten en dieren die spontaan voorkomen en zich ontwikkelen worden zo, samen met doelgericht beheerde groene zones, beschouwd als geïntegreerde onderdelen van een gezonde leefomgeving. ‘Natuurinclusieve stedenbouw en architectuur’ en ‘ontwerpen met behulp van dieren’ krijgen meer aandacht. ‘Natuurgerelateerde oplossingen’ worden gepromoot als volwaardige en geprefereerde alternatieven voor de meer traditionele technische aanpak om aan de maatschappelijke eisen te voldoen.

Ruimtelijke planners en ontwerpers hebben een aantal eisen en voorstellen om de menselijke gezondheidszorg en de stadsontwikkelingspraktijken efficiënter en effectiever te integreren.

Ten eerste moet er dringend een doeltreffende samenwerking tot stand worden gebracht tussen de beleidsterreinen volksgezondheid, ruimtelijke ordening, stadsontwikkeling en milieubeleid. Er moet een samenhangend kader worden ontwikkeld dat de coördinatie en integratie van de instrumenten en procedures van deze beleidsterreinen mogelijk maakt. Om de gemeenschappelijke doelstellingen in de praktijk om te zetten, moeten nieuwe methoden en specifieke instrumenten, zoals de beoordeling van de gevolgen voor de menselijke gezondheid, worden toegepast. Daartoe moeten ook de huidige procedures van ruimtelijke ordening en stadsontwikkeling worden aangepast om ten volle rekening te houden met de natuur en de volksgezondheid.

Ten tweede moeten, om de ruimtelijke ordening en de stadsontwikkeling beter af te stemmen op de maatschappelijke eisen inzake volksgezondheid, natuur en leefmilieu, de bestuurlijke organisatie en de bevoegdheidsverdeling tussen de verschillende beleidsniveaus in België (federaal, gewestelijk, gemeentelijk) worden herbekeken. De integratie van de natuur in de ontwikkelingsplannen ter bevordering van de volksgezondheid vereist een versterking van de capaciteit van de bevoegde overheidsdiensten die projecten moeten evalueren, ondersteunen of realiseren. Vaak staan beperkte middelen en personeel en een gebrek aan geschikte voorschriften en gegevens en gerichte achtergrondinformatie een efficiënte en correcte behandeling van complexe projecten in de weg.

Ten derde blijft de vraag naar praktische richtsnoeren voor natuurinclusieve ontwikkeling groot. Deze richtsnoeren moeten niet alleen specifieke ontwerpprincipes en een instrumentarium van maatregelen bevatten, maar ook methodologieën uitwerken voor de analyse van de lokale context en de voorwaarden die nodig zijn om een goede ecologische werking van de stedelijke groene en blauwe ruimte te garanderen.

Ten vierde is er veel belangstelling voor normen en indicatoren die kunnen worden toegepast om de kwaliteit van projecten te beoordelen met betrekking tot een functionele opname van stedelijke groene en blauwe ruimte of om ruimtelijke ontwerpprocessen te sturen die kiezen voor het optimaliseren van de voordelen van natuur en groene ruimte voor de menselijke gezondheid. Normen en criteria zijn duidelijk, gemakkelijk toe te passen en kunnen dienen als stok achter de deur. De strikte toepassing ervan kan er echter toe leiden dat de plaatselijke context wordt veronachtzaamd, dat alleen standaardoplossingen in aanmerking worden genomen en dat innovatieve of op maat gemaakte ontwerpen bijgevolg geen kans krijgen. Daarom willen de praktijkmensen behalve normen ook nieuwe methoden die niet bestaan uit starre regels en voorschriften om lokale ruimtelijke ontwikkelingsprojecten van hoge kwaliteit te realiseren.

Ten vijfde vereist de koppeling van volksgezondheid, natuur en milieu en stedelijke en ruimtelijke ontwikkeling in één alomvattende en geïntegreerde aanpak een mentaliteitsverandering. Ruimte geven aan de natuur in stadsontwikkelingsprojecten moet niet worden gezien als het zoveelste alternatief om de menselijke gezondheid te ondersteunen. Een inter- en transdisciplinaire aanpak die de complexiteit van de onderlinge verbanden tussen natuur en menselijke gezondheid erkent, moet worden bevorderd. Een systemische aanpak die gericht is op de interactie tussen elementen en die deze verenigt, in plaats van de afzonderlijke elementen te isoleren, is de logische manier om meer te weten te komen over de dynamiek en het gedrag van het systeem, om het doelgericht aan te passen of te ontwerpen.

Algemeen wordt erkend dat voor een succesvolle integratie de professionals op het gebied van volksgezondheid, natuur- en milieubeleid en ruimtelijke en stedelijke ontwikkeling beter op de hoogte moeten zijn van elkaars activiteiten, methodologieën en strategieën. Een regelmatige uitwisseling van informatie en kennis wordt ten zeerste aanbevolen. Ruimtelijke planners en ontwerpers moeten specialisten op het gebied van de natuur en de menselijke gezondheidszorg in een vroeg stadium bij het plannings- en ontwerpproces betrekken, zodat gezondheidsaspecten de aandacht krijgen die zij verdienen en kunnen worden vertaald in doeltreffende maatregelen.

Lees hier het volledige rapport ‘Groene en blauwe steden: natuur en menselijke gezondheid in een stedelijke omgeving’.