Marc Verachtert | “Wegwijs in koelend groen”

Er is nog veel werk aan de winkel willen we de leef- en woonkwaliteit in verstedelijkte gebieden veiligstellen en hier en daar ook al herstellen. Er is groen nodig. Veel groen! Overal!

Groen in steden? Erg vaak wordt daarbij vooral gedacht aan bomen. Hun schaduw en hun koelend vermogen worden steeds vaker en voortdurend sterker onder de aandacht gebracht. Logisch. Elke boom staat synoniem voor tien airco’s, klinkt het. Daar scoor je mee. Politici pakken er dus graag mee uit terwijl ze plantacties organiseren en budgetten voorzien voor straat- en laanbomen.

Schaam- en stadsbomen

Dat het lang wachten is op een maximaal koelend vermogen van bomen en dat het alleen maar mogelijk is indien de boom groot en oud kan worden en volop kwaliteitsvolle groeiruimte krijgt, wordt er zelden bij verteld. Vergeet dus de ‘schaamboompjes’ in te kleine ‘bloempotten’ op straten en pleinen, weggedrukt tussen geparkeerde auto’s of neonreclame van winkelstraten. Geef liever één boom alle ruimte en kans om groot en oud te worden. Kijk daarbij niet alleen naar wat boven het maaiveld zichtbaar is. De doorwortelbare ruimte is minstens even belangrijk. “Een doorwortelbaar volume van 80 tot 110 m² geeft een duurzame boom kans om 120 jaar te worden en een kroonvolume van 100 m² te bereiken”, parafraseren we uit de studie ‘Duurzame bomen in stedelijk milieu, rendement en kostprijs (zie ecopedia.be) die Jos Schenk in 2017 uitvoerde met Tom Joye (Inverde), Lien van Langenhove en Christian Ysenbaardt (Stad Antwerpen).

In verstedelijkt gebied is het zoeken naar zoveel grond, al kan die oppervlakte wel (deels) met behulp van groeiplaatsconstructies weggestopt worden onder verharding. Maar dat heeft zijn prijs. En ook dat becijferde de studie. In een zone waar voetgangers, fietsers en traag rijdend autoverkeer passeren, bedraagt de geschatte kostprijs voor een drukverdelende laag op kwaliteitsvol bomenzand 20.000 euro. Wordt er nu of later zwaar en/of snel rijdend verkeer over de wortelzone toegestaan, dan is een zelfdragende constructie op kunststof of betonpijlers nodig én vanzelfsprekend ook weer gebruik van bomengrond. In dit geval stijgt de kostprijs naar 40.000 euro.

Nu in de CG Annual: Tuinexpert Marc Verachtert over koelend groen in de stad.
© Marc Verachtert

Het zijn flinke bedragen, maar weet dat uit deze studie blijkt dat deze investering interessanter is dan te willen compenseren met een groter aantal ‘bloempotboompjes’ die geen kans hebben groot en oud te worden. Opnieuw geparafraseerd uit de studie: “Van 0 tot 15 jaar heb je drie niet-duurzame boompjes nodig om het (kroon)rendement van een even oude duurzame boom te halen, tussen 15 en 30 jaar negen boompjes en na 60 tot 75 jaar zelfs 17 niet-duurzame boompjes. Voeg daarbij dat het visuele en beeldbepalende aspect van de niet-duurzame boompjes zo goed als nihil is, terwijl de duurzame boom verder groeit naar meer en beter.” Een duurzame of zeer duurzame boom plannen of planten betekent dus vooruitzien. Ook wat budget betreft. “Vanaf 30 tot 45 jaar is de investering in een duurzame boom voordeliger dan steeds opnieuw jonge boompjes te blijven planten, tenminste voor situaties met licht verkeer”, stelt Jos Schenk.

Grond gezocht

Blijft echter het heikele punt dat de ondergrond op openbaar domein geen exclusief terrein is voor boomwortels. Ook nutsleidingen en riolering boren er zich doorheen, meestal zonder mededogen voor bomen daarbij geholpen door graafmachines en streven naar rendement.

Uitwijken naar privé-eigendom. Het is een piste die de moeite van het onderzoeken waard is en tegelijk een meenemer in het betrekken van inwoners in de zorg voor milieu en klimaat. Het aantal steden en gemeenten die dit doen door het (gratis) uitdelen van klimaatbomen, soms heten ze zuurstofbomen en toekomstbomen, is veelvuldig. Maar of deze bomen een lange toekomst zullen kennen? Het gaat namelijk meer dan eens over soorten die door groeikracht en latere omvang niet geschikt zijn voor (stads)tuinen. Brugge ging onlangs voor een totaal andere, originele aanpak. Ze vragen inwoners ‘straatbomen’ in de voortuinen te planten. De stad neemt daarbij boom en werk voor zijn rekening. Welke boom te kiezen, wordt in overleg tussen stad en tuineigenaar beslist.

De drie eerste weken na het lanceren van de oproep werden reeds 217 aanvragen ingediend. Ze worden gescreend op een aantal voorwaarden: vlotte bereikbaarheid, mogelijkheid tot planten op minstens 2 meter van de perceelsgrens, de openbare verlichting niet hinderen, zichtbaar zijn vanop straat en minstens 7 jaar blijven staan. De nazorg is ten laste van de aanvrager.

Eén boom, tien airco’s?

Wie ooit lanceerde dat een boom het koelvermogen van tien airco’s heeft? Wellicht een onderzoek van de Universiteit Wageningen in 2011. Hierover geïnterpelleerd voor Knack nuanceerde Dirk Saelens, professor bouwfysica aan de KULeuven: “Een grote, volwassen eik, in perfecte conditie en goed voorzien van water, kan 400 liter per dag gebruiken. Zo kom ik uit op een vermogen van 15 kilowatt. Op ruim vijf aircotoestellen dus. Geen tien.” Het kan echter meer zijn, want afhankelijk van de soort en de grootte van de boom en waar hij staat. Komt er nog bij dat ook airco’s in koelvermogen verschillen. De vergelijking kan dus toch opgaan of om het met woorden van Knack te stellen: deze stelling is deels waar!

Groene daken

Naast bomen zijn er – gelukkig – ook andere mogelijkheden om groen in verstedelijkte centra bij te brengen. Denk aan de grote oppervlakte platte en zacht hellende daken in eigen stad en buurt. Er wordt al jaren sterk ingezet op het vergroenen van die oppervlakte. Hier en daar door het geven van financiële steun, elders door verplichtingen bij omgevingsvergunningen. Terecht. Houden we het even alleen op het koelend vermogen en dus impact op de omgeving! Uit onderzoek (Minke und Witter 1982) blijkt dat de temperatuur op een zwart bitumen dak in de volle zon tot wel 70-75 °C kan oplopen in de zomer, op een grinddak tot 50 à 65 °C en dat terwijl bij het gebruik van groendaken de temperatuur beperkt blijft tot circa 30 à 35 °C.” Opwarming van de omgeving door weerkaatsing en ’s avonds of ’s nachts uitstralen van opgenomen warmte zit er nog amper in. Ook PV-panelen profiteren mee. Zij verliezen namelijk aan rendement door opwarming. “Doordat het groendak temperaturen tempert, verhoog je hun efficiëntie”, weten specialisten. Groendak-Antwerpen kleeft er cijfers op en geeft nog extra informatie: “Het groendak houdt de fotovoltaïsche cellen koeler waardoor ze 9 tot 15 % meer rendement geven. De lagere omgevingstemperatuur vermindert tegelijk de belasting en slijtage van de zonnepanelen. Op een groendak gaan zonnepanelen dus veel langer mee!” Het is informatie waar je als pleitbezorgers van klimaatmaatregelen en beter stadsmilieu argumenten mee in handen krijgt om eigenaars, beheerders en natuurlijk ook stedenbouwkundigen en eigen bestuur gemakkelijker te overtuigen tot (nog meer) actie.

Blijft ook hier een struikelpunt. Niet alle platte en licht hellende daken kunnen het extra gewicht van een groendak aan. Vooral oudere gebouwen hebben het moeilijk om het extra gewicht te torsen, ook al is dat voor een 4 tot 6 cm dikke substraatlaag met vetplanten en succulenten slechts 45 tot 75 kg/ m². Ga je voor het betere werk, met een 10 à 25 cm dikke – beter isolerende en waterbufferende – substraatlaag dan loopt dat snel op tot 80 tot 300 kg/ m² en voor 30 cm dik substraat zelfs 360 kg/ m².

Nu in de CG Annual: Tuinexpert Marc Verachtert over koelend groen in de stad.
© Marc Verachtert

Verder lezen?

Het volledige artikel lees je in de CG Annual 2021. Bestel nu in de CG Bookshop & laat gratis bij je thuis leveren.


Tekst en fotografie: Marc Verachtert