Vlaanderen subsidieert vijf innovatieve groene stadsvernieuwingsprojecten

Vijf Vlaamse steden ontvangen subsidies voor thematische stadsvernieuwingsprojecten. De geselecteerde steden Aarschot, Antwerpen, Hasselt, Kortrijk en Sint-Niklaas ontvangen samen 1.200.000 euro voor vernieuwende projecten om hun steden te vergroenen.

Vlaams minister van Stedenbeleid Homans introduceerde dit jaar een nieuwe stadsvernieuwingssubsidie. De kersverse subsidiestroom geeft steden de kans om via kleinschalige stadsvernieuwingsprojecten creatief en innovatief in te zetten op stedelijke uitdagingen. Jaarlijks kiest de minister voor een thema waarop de steden nog geen afdoende antwoord hebben.

De creatie van meer ‘groen in de stad’ vormde het thema voor 2017.  In de Vlaamse steden is nog maar weinig plaats voor klassieke groenvoorzieningen. Dus moet de oproep aanzetten om slim met het thema aan de slag te gaan. De vijf geselecteerde steden nemen de handschoen op: op een eigen, unieke wijze gaat elk van hen op zoek naar een manier om groen in hun stad te brengen. Ze kiezen resoluut voor innovatie en zijn zo pioniers voor andere Vlaamse steden.

1. Aarschot: herwaardering van de stadsvesten
Het project ‘De Torens’ zet in op herwaardering van de stadsvesten. Aarschot transformeert op een innovatieve manier de Orleanstoren en zijn omgeving in een collectief landschapspark, waar ruimte is voor recreatie, educatie en ontspanning. De braakliggende sites, de vesten en het landbouwgebied zet men om in publieke ruimte nabij de stad. Met de projectsubsidie realiseert de stad een groene verbinding tussen stad en torensite die de relatie tussen stad en landschap herstelt en de woonfunctie verbindt met de groenfunctie. Op termijn moet een gerestaureerde Orleanstoren een scharnierpunt worden tussen Hageland en Kempen, een uitvalsbasis voor het verkennen van de stad Aarschot, de Demervallei en De Merode.

Voor het realiseren van de groene verbinding ontvangt de stad 220.000 euro.

 

2. Antwerpen: innovatie met verticaal groen
Op bibliotheek ‘Permeke’ installeert de stad Antwerpen een groengevel met ‘niet-grondgebonden groen’. Aan het gebouw bevestigt de stad een voedingsbodem voor de planten, waarin al dan niet volgroeide planten worden geplant en een ingebouwd irrigatiesysteem de planten van voeding voorziet.

Het project geldt als pilootproject voor de stad om verticaal groen te realiseren in het stedelijk weefsel als aanvulling op ander groen. De bibliotheek ligt in een groenarme omgeving. In deze en soortgelijke zones wil de stad een waardevol alternatief creëren voor straatgroen en bomen. Groengevels, in het bijzonder met niet-grondgebonden groen, staan in Vlaanderen nog in de kinderschoenen: technisch gezien zijn zij een grote uitdaging. De kennis die de stad verwerft over draagstructuur en irrigatiesysteem is overdraagbaar naar andere initiatieven, zowel in de stad als in de rest van Vlaanderen.

De stad ontvangt 210.000 euro voor de realisatie en monitoring van de groengevel.

 

3. Hasselt: creatief met containers
De stad Hasselt zocht en vond inspiratie in het buitenland om haar binnenstad te vergroenen en experimenteert met mobiele stadsecosystemen. Stadsdiensten plaatsen 21 containers op verharde, onaantrekkelijke plekken, waar omwille van technische en/of budgettaire redenen pas in de toekomst een geplande heraanleg kan plaatsvinden. In die containers plant de stad een mix van streekeigen bomen, heesters en kruiden. Bij selectie, inrichting en beheer betrekt men buurtbewoners. Om een stadsecosysteem te ontwikkelen, blijft de container een vaste periode op eenzelfde plaats. Als een plek aan de beurt is voor heraanleg verplaatst men de container naar een andere onaantrekkelijke, grijze locatie.

De stad wil verschillende types van mobiele stadsecosystemen ontwikkelen. Elke container moet uitgroeien tot een op zichzelf staand stadsecosysteem waar tal van kringlopen duurzaam plaatsvinden. Het recept hiervoor is het creëren van een levende bodem. De stad onderzoekt daarvoor samen met haar kennispartners hoe men een optimaal bodemvoedselweb kan ontwikkelen in een mobiele omgeving. De stadsecosystemen zijn ‘proeflabo’s’ en zullen frequent gemonitord worden. Een draaiboek vertaalt de inzichten en resultaten en moet als goede praktijk een inspiratiebron vormen voor andere lokale besturen.

Voor dit project ontvangt Hasselt 225.000 euro.

 

4. Kortrijk: vrijwaring van open ruimte
Het Kortrijkse project kadert binnen een vernieuwende stedelijke ontwikkelingsstrategie waarbij de stad resoluut kiest voor het vrijwaren en herdenken van open ruimte in de stad.  Op de vroegere industriële site ‘De Meestere’ en in het aanpalende landschap kiest de stad bewust niet voor integrale herontwikkeling naar woongelegenheid, maar zet ze in op vergroening en ontwikkeling met respect voor de omgeving. Een radicale keuze die voorbeeldstellend is voor Vlaanderen.

Op de site zelf experimenteert de stad de komende jaren, via tijdelijk gebruik, met allerlei initiatieven. Dit proces moet het dossier verder laten rijpen en moet ook aangeven hoe een mix aan functies kan zorgen voor een dynamische en duurzame invulling die ook inhoudelijke linken legt met haar omgeving. Bij het herdenken van de rol van de site onderzoekt de stad ook na hoe de site kan vergroenen en hoe men ze beter in dialoog zet met het aanpalende landschap van de Heulebeek.

Op het traject van de Heulebeek investeert de stad in de wisselwerking tussen landschap en omgeving, ecologische opwaardering en verbetering van het waterbergend vermogen. De stad schrapt er verkavelingsplannen (Tinekesbos), vergroent en creëert zachte verbindingen voor fietsers en voetgangers.

De stad Kortrijk ontvangt 245.000 euro voor de realisatie van het project

 

5. Sint-Niklaas: transitie van bebouwde wijk naar groenblauwe lob
De stad Sint-Niklaas ontwikkelt al jaren richting lobbenstad. De omslag naar dit model is echter allesbehalve evident in een reeds bestaande stedelijke context. Met dit project start de stad enkele voorbeeldstellende deelprojecten op rond water, groen en klimaat om de transitie van bebouwde en verharde wijk naar een adaptieve groenblauwe lob vorm te geven op het terrein.

Concreet wil de stad met Aquafin een proefproject opzetten om experimenteel om te gaan met wateradaptatie. In twee straten is er een rioleringsproject gepland. Bij de realisatie wil de stad de bovengrondse verharde oppervlakte verminderen en de blauwgroene zones vermeerderen (aanleggen van grachten om het regenwater op te vangen, wadi’s,…). De stad kiest bijgevolg voor vertraagde afvoer en waterzuivering.

Het project wordt versterkt door een projectoproep naar de bewoners om hen te sensibiliseren en te ondersteunen om hun voortuinen te ontharden en te vergroenen.

Zowel het niet-ondergronds rioleren als de ontharding van de private voortuinen hebben een grote voorbeeldwaarde voor Vlaanderen en het lobbenstadmodel.

De stad Sint-Niklaas ontvangt voor de realisatie van dit project 300.000 euro.

Stedenbeleid Vlaanderen