UAntwerpen leert over stadslandbouw via historische moestuin

Studenten uit de hogere jaren van de studierichting Geschiedenis aan de UAntwerpen krijgen voortaan standaard een vak ‘Ecologische geschiedenis’. Daarbij leren ze met een heuse moestuin hoe in het verleden een stadstuin aangelegd en onderhouden werd.

 

“De bedoeling is om te leren uit het verleden en op die manier naar hedendaagse problemen zoals de klimaatopwarming of het voedingsvraagstuk te kijken. Dat past in de visie van de universiteit, midden in de stad, met een maatschappelijke rol”, klinkt het.

In de stad van de 21e eeuw wint stadslandbouw of Urban Agriculture snel aan belang. Steeds meer stadsbewoners gaan zelf enthousiast groenten, kruiden en (klein)vee produceren of oogsten op een plukboerderij. Elk jaar kleuren nieuwe muurtuinen, stadsimkers, voedselcollectieven, buurt- en schooltuinen het stadsbeeld. Vormen en doelstellingen kunnen heel uiteenlopend zijn, maar duurzaamheid, het versterken van het buurtweefsel én budgetvriendelijkheid behoren tot de vaste ingrediënten.

Hofstad

Net voor de zomer is op de stadscampus in Antwerpen een moestuin aangelegd, de zogeheten ‘Hofstad‘. Het gaat om een “historisch proefveld”, bedoeld voor de tweede- en derdejaars uit de opleiding Geschiedenis. Daar worden groenten geteeld op basis van de kennis en technieken die beschikbaar zijn uit drie verschillende historische contexten: de late middeleeuwen, de 18de eeuw en de Tweede wereldoorlog.

In de moestuinen worden zaden en gewassen gebruikt die aansluiting vinden bij de tijdsperiodes. Bovendien werken de studenten met handwerktuigen die ook gebruikt werden in de betrokken tijdsperiodes.

Ecologische geschiedenis

Zij krijgen sinds dit jaar het verplichte vak ‘Ecologische geschiedenis’. Dat vak laat de UA-studenten kennismaken met de grote thema’s uit de ecologische geschiedenis. Elk thema begint met een instap in het heden: de ecologische agenda van het heden dient als vertrekpunt voor de historische vraagstelling. Thema’s die onder meer aan bod komen zijn klimaatverandering, energie, voeding, urbanisatie, natuurrampen, vervuiling, visies op natuur en wildernis, waterbeheer en de relatie tussen economie en ecologie.

De studenten zullen er groenten telen met de kennis en technieken uit de late middeleeuwen, de 18de eeuw en de Tweede Wereldoorlog. Ze bekijken ook de rol van volkstuinen voor bijvoorbeeld duurzaamheid, zelfvoorziening of het versterken van het sociaal weefsel.

De wetenschappers benadrukken dat stadsbewoners altijd al voedsel hebben geproduceerd. Er wordt dan ook gekeken naar de aanpak van volkstuintjes. “De studenten, elk jaar zo’n vijftig, moeten naar het hele proces kijken: hoe ze het zaaigoed verkrijgen, hoe ze moeten zaaien, bemesten, oogsten, enzovoort. Ook het veredelen van soorten, bodemvervuiling, enz. komen aan bod. Vooraf maken ze ook een literatuurstudie. Uiteindelijk brengen ze alles samen en worden ze daarop beoordeeld”, zegt hoogleraar Tim Soens.