Fytoweb / Hoe moet het nu verder met glyfosaat?

Naar aanleiding van de controverse rond glyfosaat, en de vele al dan niet gefundeerde beweringen over en weer, publiceert de website fytoweb.be, een initiatief van de dienst Gewasbeschermingsmiddelen van de FOD Volksgezondheid, een uitgebreid dossier over glyfosaat.

 

Zoals bekend heeft het International Agency for Research on Cancer (IARC) de onkruidbestrijder glyfosaat als ‘waarschijnlijk kankerverwekkend’ beoordeeld. Glyfosaat valt volgens IARC daarmee in dezelfde klasse als ploegenarbeid, frituren op hoge temperatuur en uv-licht. De Europese voedselveiligheidsautoriteit EFSA heeft glyfosaat daarentegen veilig bevonden.

Fytoweb.be geeft een uitgebreide reconstructie van de Europese beoordelingsprocedure van glyfosaat. De dienst Gewasbeschermingsmiddelen van de FOD Volksgezondheid legt ook uit waarom IARC en EFSA elkaar tegenspreken. Terwijl IARC kijkt naar hoe schadelijk glyfosaat kan zijn, focust EFSA op het risico of de waarschijnlijkheid van kankerontwikkeling door glyfosaat. Daarbij wordt rekening gehouden met de aard en de duur van de blootstelling, en hoe sterk het effect is.

Volgens de FOD Volksgezondheid is het verschil in visie voor een groot stuk te herleiden tot een veel groter aantal dierstudies in het EU-dossier die een meer verfijnde analyse door EFSA toelieten.

Op de webpagina legt de federale overheidsdienst ook uit waarom de toelating van een stof in de Europese Unie deels gebaseerd is op studies die uitgevoerd zijn in opdracht van de fabrikant. “Overal ter wereld geldt de regel dat diegene die een stof op de markt wil brengen ook de nodige kosten en inspanningen moet leveren om te bewijzen dat die stof geen onaanvaardbaar risico vormt voor menselijke gezondheid en leefmilieu. Een systeem waarbij de bevoegde overheden zelf instaan voor het uitvoeren van de studies zou gigantisch veel overheidsmiddelen en ambtenaren vergen. Het is dus niet realiseerbaar en zou er bovendien op neerkomen dat de ontwikkeling van nieuwe en veiligere gewasbeschermingsmiddelen ernstig vertraagd wordt.”

Naast door de producenten gefinancierde studies moet het Europese erkenningsdossier ook de meest recente en de relevante literatuurstudies omvatten. Alle gepubliceerde studies van onafhankelijke laboratoria worden dus eveneens meegenomen in de evaluatie.

De auteur van de verhelderende toelichting is de dienst Gewasbeschermingsmiddelen en Meststoffen van de FOD Volksgezondheid die onder meer bevoegd is voor het afleveren van toelatingen van gewasbeschermingsmiddelen die in België op de markt komen.